Schoonmaakbedrijf De Spons 06-51393704 info@de-spons.nl
Bel ons De Spons

VOEDINGSMIDDELENINDUSTRIE: ’GEVOLGEN SLECHT SCHOONMAKEN KUNNEN GIGANTISCH ZIJN’

 

Het reinigen in de voedingsmiddelenindustrie is zwaar werk, dat vaak ’s nachts gebeurt, in ruimtes waar het of heel warm of heel koud is. 

 

Zwaar werk

Twan Voets: ‘De meeste van onze medewerkers zijn fulltimers en op één na allemaal mannen. Dit komt door de aard van het werk. Het is lichamelijk zwaar werk, maar ook de omgeving maakt het zwaar. Ruimtes zijn heel koud of juist heel warm.

‘Ook de werktijden zijn voor vrouwen meestal een probleem, vaak ’s nachts en in het weekend. Het werk gaat 24 uur per dag zeven dagen per week door. We werken achter het productieproces aan, dagschoonmaak is daarom alleen mogelijk bij zogenaamde gesloten systemen, dan staat het product niet bloot aan de omgeving.’

Dat is bij champignonverwerker Lutèce wel anders. De eindproducten van dit bedrijf zijn zowel verse champignons als champignons in pot of blik. Deze laatste worden tijdens de verwerking in grote ketels geblancheerd en daarna gesneden.

Vervolgens gaan de champignons in pot of blik waarna conserveringsmiddelen worden toegevoegd. Dan worden de potten en blikken afgesloten, gecodeerd, door metaaldetectie gecontroleerd, gesteriliseerd en ingepakt, klaar voor transport naar distributeurs.

Rayonleider Hamid Lamouy: ‘Onze drie fulltime medewerkers beginnen op deze locatie na het productieproces om 18.00 uur en werken tot 2.30 uur. Alles moet schoon; de machines, de transportbanden, de snijmachines.’

Hygiëne

‘Voor de productielijn van de verse champignons is hygiëne nog belangrijker,’ vertelt Lamouy, ‘omdat het eindproduct een vers product is. De champignons worden op geen enkele manier bewerkt. Deze productielijn wordt daarom elke dag gedesinfecteerd. Bij de andere lijnen is dat twee keer per week.’

Hogedrukreiniging

De schoonmaakmedewerkers bij Lutèce werken vooral met hogedrukreiniging. Lamouy: ‘Eerst verwijderen ze de grove vervuiling, zoals champignonresten. Dan beginnen ze met voorspuiten, waarna de apparaten worden ingeschuimd. Vier keer in de week wordt daar een alkalisch middel aan toegevoegd, één keer in de week een zuurmiddel. Dan wordt alles afgespoeld, eventueel gedesinfecteerd en nog een keer afgespoeld.’

Schoonmaakkwaliteit controleren

In de productieruimte staat een aantal gevaarlijke machines met messen. Het demonteren van de machines laat Lamouy dan ook liever aan de experts over, zodat zijn medewerkers alleen hoeven te reinigen. Na het schoonmaakproces wordt de schoonmaakkwaliteit gecontroleerd.

Er wordt bij VSR nog gewerkt aan een dagelijks controlesysteem (DKS) voor de voedingsmiddelenindustrie, vertelt Voets, maar dat staat nog in de kinderschoenen. ‘Daarom hebben wij een eigen controlesysteem ontwikkeld met randvoorwaarden aan het proces en een checklist.’

Lamouy: ‘We controleren per lijn en per afdeling. Is er iets niet goed gegaan, dan moet de laatste stap opnieuw. Een medewerker van Lutèce voert dezelfde controle nog een keer uit vlak voordat de volgende ochtend het productieproces weer begint.’

Voets: ‘Dit zijn visuele controles. Twee keer per week worden er ook nog onaangekondigde bacteriologische controles uitgevoerd.’

Reinigen en desinfecteren in de voedingsmiddelenindustrie

Voets: ‘Alle medewerkers die bij ons dienst komen, krijgen van ons de opleiding reinigen en desinfecteren in de voedingsmiddelenindustrie. Die moet iedereen gevolgd hebben. Het is een training die wij zelf ontwikkeld hebben, en gaat over reinigingsmethoden en -middelen en over hoe het er in deze industrie aan toe gaat.

‘Bovendien krijgen medewerkers altijd locatiespecifieke instructies over veiligheid en hygiëne van de productielijn. Als medewerkers een jaar in dienst zijn, zijn ze verplicht om de vakopleiding Food te volgen bij SVS.’

Productkennis belangrijk

Het eindproduct van LuteceOp de vraag of Lamouy en Voets zelf ook praktijkervaring hebben, antwoorden zij gedreven. Voets: ‘Dat hebben wij allemaal.’ Lamouy: ‘Dat moet wel. Je moet er zelf in gewerkt hebben, het is zo’n aparte branche.’

Voets: ‘Je moet als schoonmaker in een productieproces rekening houden met techniek en kostbare apparatuur – tegenwoordig vaak high tech en computergestuurd. Je moet de logica van het proces begrijpen. Halverwege de productielijn beginnen met schoonmaken, heeft geen enkele zin. En je werkt met agressieve, zure en alkalische middelen. Productkennis is dus heel belangrijk. Het is echt een vak apart.’

Veiligheid

Voets: ‘Je hebt te maken met apparatuur die als je deze verkeerd benadert, gevaarlijk kan zijn. Bij Lutèce zijn het machines met messen en blancheertanks met heet water. Onze KAM-coördinator -  kwaliteit, arbeid en milieu – maakt altijd eerst een risicoinventarisatie en evaluatie (RI&E) waarop het werkprogramma wordt gebaseerd.

De groepsleider is in de dagelijkse praktijk verantwoordelijk voor werkinstructies en persoonlijke beschermingsmiddelen. Hij stuurt de ploeg aan en overlegt met de klant. Het is belangrijk dat hij zowel een BHV-diploma heeft, als een VCA-certificaat. Ook komt de leverancier van de reinigingsmiddelen elk jaar een cursus geven.

Voedselveiligheid

‘De gevolgen van niet goed schoonmaken kunnen in de voedingsmiddelenindustrie gigantisch zijn’, vervolgt Voets. ‘Veel groter dan op een kantoor. Je moet je bewust zijn van voedselveiligheid. Schoonmaak is in de voedingsmiddelenindustrie niet zozeer een externe dienst maar een deel van het productieproces.

‘Het is belangrijk om het proces van je klant te begrijpen. Onze klanten worden vaak geaudit. Daarin wordt ook hygiëne meegenomen. Niet voor niets zie je in deze branche vaker langlopende contracten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer.’

‘Bij elke klant anders’

Lamouy: ‘Flexibiliteit en communicatie zijn het belangrijkst. Ik heb één keer per maand vast overleg met de opdrachtgever, maar heb meerdere keren per week contact per telefoon of per mail. Je zit veel dieper in het proces van je klant. De band is nauwer. En je moet flexibel zijn. Ik heb vijftien klanten; een kaasverwerker, een bakkerij, een slachterij. Je moet 24 uur per dag zeven dagen per week klaar staan.’ Voets: ‘Hét reinigen in de voedingsmiddelenindustrie bestaat niet. Het is bij elke klant anders.’

www.lutece.nl

Uit: Professioneel Schoonmaken 5, 2012

ARCHITECT MEDEVERANTWOORDELIJK VOOR VEILIG GEBOUWONDERHOUD

Uitreiking Handleiding Veilig onderhoud aan gebouwen

Eind oktober vond het evenement Veilig op de Hoogte plaats in Gorinchem. Het belangrijkste moment van de dag was de presentatie van de Handleiding Veilig onderhoud aan gebouwen. Belangrijk want vanaf 1 janauri ligt de verantwoordelijkheid voor het veilig kunnen onderhouden van een gebouw niet meer alleen bij glazenwassersbedrijven of gevelonderhouders, maar ook bij gebouwontwerpers en -eigenaren.

Gewijzigd Bouwbesluit

Op 26 oktober zijn tijdens het evenement Veilig op de Hoogte in Gorinchem – met ruim 850 bezoekers een succes – de eerste exemplaren gepresenteerd van de Handleiding Veilig onderhoud aan gebouwen. De handleiding is geschreven met het oog op het gewijzigde Bouwbesluit dat op 1 april 2012 in werking treedt.

Vanaf dat moment moet veilig onderhoud van gebouwen en nieuwbouw worden meegenomen in de ontwerpfase van een project. De handleiding is de eerste handleiding die uitleg geeft aan deze wijziging.

Mark Verhees (OSB): Voorkomen valgevaar

Mark Verhees, coördinator Platforms bij OSB: ‘Onderdeel van het nieuwe Bouwbesluit is een toetsingslijst. Bij het ontwerp van alle gebouwen zal gekeken moeten worden naar de arbeidshygiënische strategie; dat is een onderdeel van de Arbo-wet.

‘Het voorkomen van valgevaar is prioriteit in de arbeidshygiënische strategie. Een actie die je kunt ondernemen om valgevaar van een plat dak te voorkomen, is het aanbrengen van een borstwering aan de rand van dat dak.

Veiligheid rondom gebouw niet alleen iets voor werkgever

‘Deze toetsingslijst is door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in overleg met onderhoudsbranches vastgesteld, maar is nu voor het eerst gekoppeld aan het Bouwbesluit.

‘Daarmee is de veiligheid rondom het onderhoud van een gebouw niet meer alleen iets van de werkgever (het onderhoudsbedrijf) naar de werknemer; vanaf 1 april 2012 ligt in de wet vast dat ook architecten en ontwerpers van een gebouw de verantwoordelijkheid hebben om – al in het beginstadium – rekening te houden met het veilig kunnen onderhouden van een pand.’

Wie heeft welke verantwoordelijkheid?

Het veilig onderhoud van gebouwen als onderdeel van integrale veiligheid, sluit naadloos aan op de EU Richtlijn 92/57 zoals deze is opgenomen in het Arbobesluit. Integrale veiligheid is een belangrijk aspect voor alle fasen van de levenscyclus van gebouwen.

Dit betekent dat alle soorten veiligheidsrisico’s integraal moeten worden beoordeeld en gemanaged tijdens de ontwikkeling, het ontwerp, de bouw, het beheer en de sloop van dergelijke projecten.

De beoordeling en het management van deze risico’s heeft betrekking op alle betrokkenen (onderhoudspersoneel, bouwvakkers, omwonenden en derden in de omgeving).

Meenemen veilig onderhoud aan gebouwen in ontwerpproces

In de teksten van het Bouwbesluit van 2012 wordt hierop ingespeeld. Afdeling 6.12 (artikel 6.53 en 6.54) en 7.12 gaan over het (verplicht) meenemen van veilig onderhoud aan gebouwen en nieuwbouw in het ontwerpproces. Met het inwerking treden van het nieuwe Bouwbesluit moet bij de aanvraag van de bouwvergunning worden aangetoond dat aan deze verplichting is voldaan.

De handleiding Veilig onderhoud aan gebouwen is een handleiding voor iedereen die in de bouwketen zit van architect tot degene die de bouwaanvraag indient en van toekomstig gebouweigenaar tot de ambtenaren Bouw- en Woningtoezicht. De handleiding helpt om bij het Bouwbesluit te kunnen voldoen aan de toetsingscriteria.

Platform Preventie Valgevaar

Verhees: ‘De handleiding is een initiatief van een aantal partijen: het Platform Preventie Valgevaar van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (platform voor alle branches die op hoogte werken aan gebouw), de Bond Nederlandse Architecten, de vereniging voor Bouw- en Woningtoezicht en Aedes – branchevereniging van woningbouwcorporaties.

‘Zij vonden het belangrijk om helder te krijgen wie welke verantwoordelijkheid heeft. De Technische Universiteit Delft kreeg de opdracht om een handleiding te schrijven. Zij gaan ook opleidingsmogelijkheden aanbieden aan iedereen die vooraan zit in de bouwketen, zoals architecten en projectontwikkelaars.’

Taken en verantwoordelijkheden afstemmen

Het nieuwe wettelijk kader vergt een zorgvuldig ontwerpproces. De taken en verantwoordelijkheden van de betrokkenen moeten op elkaar worden afgestemd, opdat de ontwerper in het ontwerp aan zijn verplichting voldoet, voorziet in het veilig en gezond kunnen bouwen en onderhouden van het gebouw.

In de handleiding is in kaart gebracht welke activiteiten van betrokkenen bij het ontwerpen en realiseren van bouwwerken (opdrachtgever, eigenaar/gebruiker, ontwerper, adviseur van constructies en gebouwinstallaties, aannemer, producenten, onderhoudsbedrijf en Bouw- en Woningtoezicht) mogen worden verwacht.

Document geeft inzicht in taken

De handleiding schetst de contouren van de integratie van veilig onderhoud aan gebouwen in het ontwerpproces. Het document geeft inzicht in de taken, bevoegdheden en resultaten van de betrokkenen.

De resultaten zijn uitgedrukt op doelstellingsniveau maar zijn in sommige gevallen uitgewerkt in oplossingen. Het document presenteert de te volgen stappen met de betrokkenen in het ontwerpproces.

Gebouweigenaar verantwoordelijk

Verhees legt uit waarom dit voor de achterban van OSB belangrijk is: ‘Op het moment dat bedrijven uit onze achterban betrokken raken bij het onderhoud van een gebouw kunnen ze vanaf nu wijzen op het nieuwe Bouwbesluit. De gebouweigenaar is er verantwoordelijk voor dat het gebouw veilig te onderhouden valt.

‘Het Bouwbesluit heeft geen betrekking op bestaande bouw. Daar is helaas nog niets voor geregeld. Op het moment dat een onderhoudsbedrijf nu bij een pand komt en ziet dat deze niet goed te onderhouden is, dan mag het bedrijf dat ook niet doen. Dat is de verantwoordelijkheid van het onderhoudsbedrijf.

Toch helpt het nieuwe Bouwbesluit ook in deze gevallen het gesprek met de opdrachtgever aan te gaan. Het besluit laat namelijk zien dat de overheid het een belangrijk onderwerp vindt en dat biedt een handvat om in gesprek te gaan.

Adviesrol voor glas- en gevelreinigers

Verhees: ‘Ik vind dan ook dat iedereen met het nieuwe Bouwbesluit aan de slag moet gaan. Het is een uitdaging voor alle ondernemers in de branche om een duidelijk statement te maken naar de opdrachtgever en de architect. Glas- en gevelonderhouders krijgen een kans om behalve een pand te onderhouden ook te adviseren over het onderhoud. Zij moeten die kans pakken.’

Wiens verantwoordelijkheid niet naar voren komt is die van certificerende instanties, Verhees: ‘Ik verbaas me over huidige keuringen. Ze komen een gevelonderhoudsinstallatie keuren zonder te kijken naar de manier waarop je bij die installatie kunt komen. Je hebt dan een gondel die je veilig kunt gebruiken, maar je kunt deze niet veilig bereiken. Dat vind ik te zot voor worden. Hun eigen personeel moet ook over die toegangsweg. Ik ben bang dat ook in die branche sprake is van te veel prijsdruk en concurrentie. Dit gaat ten koste van de veiligheid.’

www.veiligopdehoogte.nl
www.hba.nl
www.rijksoverheid.nl, zoek op ‘het nieuwe bouwbesluit’



WERKEN OP HOOGTE

Werken op hoogte

De keuze voor een veilige tijdelijke werkplek op hoogte moet op veiligheidskundige overwegingen worden gebaseerd. Organisaties zoals OSB en VSB timmeren aan de weg om de aangesloten bedrijven, gebouwbeheerders en gebruikers goed te informeren en daadwerkelijk te ondersteunen, met het oog op het actief terugdringen van valgevaar en het beperken van gevaarlijke situaties.

Valgevaar blijft hoog op de prioriteitenlijsten staan van elke branche die op wat voor manier dan ook daar frequent mee te maken heeft. De schoonmaakbranche, waarin medewerkers in weer en wind het dagelijks brood moeten verdienen, is daar een goed voorbeeld van.

Expertise leveranciers

De expertise van de leveranciers van bijvoorbeeld de gevelonderhoudsinstallatie, hangbruginstallatie, ladder, hoogwerker of rolsteiger, is daarbij cruciaal. Zij adviseren de gebouwbeheerder, en dus ook de gebruiker bij de juiste keuze en werkwijze aan de gevel. Dat doen zij dusdanig dat deze laatste zich volledig kan concentreren op zijn kerntaken: het schoonmaken, het reinigen en het onderhoud.

Het is niet voor niets dat er ook op brancheniveau een goede afstemming bestaat tussen organisaties als OSB, Stichting Bedrijfstakregeling voor de Dakbedekkingsbranche (SBD), de Fosag (behartigt de belangen van ondernemers in het schilders-, afwerkings- en glaszetbedrijf) en de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB).

‘Veilig onderhoud op en aan gebouwen’

Erg actueel is de ontwikkeling van het Toetsingskader ‘Veilig onderhoud op en aan gebouwen’, dat regelt dat er al in de ontwerpfase van een gebouw rekening moet worden gehouden met het onderhoud dat later in de gebruiksfase moet plaatsvinden. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid vanaf 1 juli 2012, met het in werking treden van het nieuwe Bouwbesluit, van kracht worden.

Van alle tijden is echter al de keuze van de juiste tijdelijke werkplek voor het uitvoeren van werkzaamheden op hoogte. Daarbij moet rekening worden gehouden met overwegingen zoals die door de schoonmaak- en glazenwassersbranche zijn vastgelegd in de eigen branche-RI&E.

Veiligheidskundige overwegingen

De keuze voor een veilige tijdelijke werkplek op hoogte moet op veiligheidskundige overwegingen worden gebaseerd. De werkgever moet zich daarbij concentreren op de operationele aspecten zoals het soort werkzaamheden dat moet worden uitgevoerd, de bereikbaarheid van de werkplek en de opstelmogelijkheden van het arbeidsmiddel.

Veiligheidstechnische overwegingen spelen ook een doorslaggevende rol bij het bepalen en inperken van risico’s die het gebruik van arbeidsmiddelen met zich meebrengt. Zo kan de inzet van een ladder meer risico’s met zich meedragen dan de inzet van een rolsteiger. Veiligheidstechnisch gezien van minder belang, maar soms toch bepalend, zijn eventuele economische overwegingen.

Ladder

Onder in het rijtje van keuzemogelijkheden staat de ladder als werkplek. In de ogen van de VSB kan gekozen worden uit een compleet scala van alternatieven: de stalen steiger, rolsteiger, hefsteiger, hangbruginstallatie, de hoogwerker of de (permanente) gevelonderhoudsinstallatie.

Om de branche behulpzaam te zijn met de keuze en het gebruik van deze arbeidsmiddelen, is er onder de titel Veilig werken met… een reeks flyers ontwikkeld. En er wordt momenteel hard gewerkt aan een applicatie, die de gebruiker in staat stelt om via tablet, computer of smartphone een verantwoorde keuze te maken.

Hoe ziet de praktijk eruit?

De VSB heeft een uitvoerig landelijk onderzoek laten uitvoeren naar de rol van de gebouwbeheerder en de omstandigheden waaronder schoonmaakwerkzaamheden en gevelonderhoud moeten worden uitgevoerd.

Met het onderzoek, dat werd uitgevoerd in het kader van gevelonderhoudsinstallaties, werd onder meer antwoord gezocht op de vraag wat de rollen zijn van de gebouwbeheerder, de werkgever en de gebruiker/werknemer.

De gebouwbeheerder is verantwoordelijk voor een veilige omgeving voor de aanwezigen, alsook voor de condities waaronder aan zijn gevel kan worden gewerkt. Dus ook voor de gevelonderhoudsinstallatie, die onlosmakelijk aan het gebouw verbonden is.

Schoonmaakbedrijf verantwoordelijk voor naleving Arbowet

Het schoonmaak- of het gevelreinigingsbedrijf is als werkgever verantwoordelijk voor naleving van de Arbowet. Ook als er een veiligheidsvoorziening ontbreekt aan het gebouw of de installatie. De werkplek moet altijd vooraf door hem worden beoordeeld. Daarnaast moet hij de middelen ter beschikking stellen, waarmee zijn werknemer in staat is om veilig te kunnen werken.

De gebruiker van de installatie, de werknemer dus, is zelf ook verantwoordelijk voor de veiligheid op de werkplek. De flyer Veilig werken met de gevelonderhoudsinstallatie is daarvoor speciaal ontwikkeld.

Gebouwbeheerders weinig affectie met arbeidsmiddelen

Uit het onderzoek blijkt dat veel gebouwbeheerders weinig affectie hebben met de arbeidsmiddelen die voor schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden nodig zijn, en zelfs het werken met de eigen gevelonderhoudsinstallatie onvoldoende beheren.

In die gevallen ontbreken RI&E, gebruiksinstructies, handleidingen of enig inzicht in de deskundigheid van de gebruikers. Overigens blijken de installaties technisch wel goed onderhouden te worden.

Werkgevers en werknemers hebben evenmin goed zicht op de werkplek en de condities waaronder het werk moet worden uitgevoerd. Hierdoor bestaat in veel gevallen het risico op valgevaar en zijn er onvoldoende maatregelen genomen om dit te beperken.

Checklists

Organisaties zoals OSB en VSB timmeren nadrukkelijk aan de weg om de aangesloten bedrijven, gebouwbeheerders en gebruikers goed te informeren en daadwerkelijk te ondersteunen, met het oog op het actief terugdringen van valgevaar en het beperken van gevaarlijke situaties.

Opties voor bronaanpak, collectieve beveiliging of – als het niet anders kan – persoonlijke bescherming, worden haast in hapklare brokken ter beschikking gesteld.

Hoogwerker

Tegen die achtergrond heeft de VSB voor de gebruiker, die dagelijks werkt met de  stalen steiger, rolsteiger, hefsteiger, hangbruginstallatie, de hoogwerker of de (permanente) gevelonderhoudsinstallatie, checklists ontwikkeld. Het simpelweg afvinken van de onderdelen, laat direct zien of het werken aan de gevel op veilige en verantwoorde wijze kan worden uitgevoerd of niet.

Zo wordt er vóór aanvang van de werkzaamheden gekeken naar het aanmelden bij de gebouwbeheerder, kennisnemen van de handleiding en de gebruikinstructie, aanwezigheid van vluchtwegen in het geval van calamiteiten of de beoordeling van de weersomstandigheden tijdens het werk. Verder wordt gelet op de staat van onderhoud en de visuele beoordeling van de actuele staat van de installatie.

Gondel

Na gebruik van de installatie moet worden gelet op de parkeerstand van de gondel, het uitzetten van de hoofdschakelaar, het aanbrengen van de stormklemmen, het melden van gebreken bij de gebouwbeheerder en het doorgeven van eventuele gebreken.

Veiligheidsaspecten die op grond van de EN 1808 als vanzelfsprekendheid gelden en voor de gebouwbeheerder van belang zijn, zijn onder meer de dubbel uitgevoerde staalkabelophanging van de gondel, de beveiliging tegen overbelasting, beveiliging tegen te hoge daalsnelheid, beveiliging tegen scheefstand, hoogste standbegrenzer van de gondel en de beveiliging tegen ongewenste bewegingen van de gondel.

Werken op hoogte

De resultaten van het door de VSB uitgevoerde onderzoek zullen er toe leiden dat, in overleg met de belanghebbende organisatie, invulling wordt gegeven aan onder andere de keuze van het juiste type arbeidsmiddel voor het werken op hoogte, opleidingen/trainingen/voorlichting, uitwerking van het Toetsingskader, verbeterde communicatie tussen gebouwbeheerder, fabrikant/leverancier, schoonmaak- en gevelreinigingsbedrijf en de werknemers. 

Daartoe zullen de activiteiten die onder de vlag van het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA), als koepel voor uiteenlopende organisaties zoals OSB, SBD, FOSAG en VSB, op korte termijn van groot belang zijn.

Schoonmaken en reinigen gevels

Waar het vak van schoonmaken en reinigen van gevels de kerntaak vormen van de sector, is het veilig werken op hoogte van vitaal belang. Verantwoorde keuze en inzet van arbeidsmiddelen staan daarbij centraal. Een eerste zorg voor de gebouwbeheerder, fabrikanten/leveranciers en gebruikers. Maar met het komende Toetsingskader wordt het de zorg van de gehele keten, vanaf de tekentafel en de vergunningaanvraag. En dat is winst.

www.vsb-online.nl
www.osb.nl
www.veiligopdehoogte.nl

Tekst: Ing. Peter Hecker, secretaris van de Vereniging van Steiger-, Hoogwerk- en Betonbekistingbedrijven (VSB)



DE CODE; OOK VOOR DE GLAS- EN GEVELBRANCHE

Code Verantwoordelijk Marktgedrag

De Code Verantwoordelijk Marktgedrag is voor de schoonmaakbranche al goed op de kaart gezet. Fraaie resultaten zijn er geboekt rondom grote en kleine aanbestedingen. Voor reguliere schoonmaak is er al een duidelijke kentering in denken en handelen waarneembaar. Hoe zit dat voor het specialisme glasbewassing?

Geldt de Code Verantwoordelijk Marktgedrag ook voor de glas- en gevelbranche? Hebben de glazenwassers een te hoge werkdruk? Wat is er nodig om verantwoordelijk marktgedrag voor glasbewassing te realiseren?

De Code Verantwoordelijk Marktgedrag is van toepassing op de gehele branche, ook voor het specialisme glasbewassing. In de praktijk is het nodig dat het moreel appèl van de code ook bij glasbewassing gevolgd wordt.

Code ook voor specialisme glasbewassing

Afgelopen jaren is de prijs voor glasbewassing compleet onderuit gegaan. Te lang draaide het in de branche enkel en alleen om kostenverlaging, waardoor andere aspecten zoals kwaliteit en arbeidsomstandigheden op de achtergrond kwamen. De mores van de markt bepaalde dat. 

In aanbestedingen wordt voor het onderdeel glasbewassing alleen naar de totaalprijs gekeken. Het sturen op kwaliteit zou volgens de code een belangrijk onderdeel van de aanbesteding moeten zijn. Kwaliteitsmeetsystemen worden nauwelijks toegepast. Verwijzingen naar arbo- en andere wettelijke regels worden zelden of nooit aangetroffen in het bestek, laat staan gecontroleerd bij uitvoering. Als dit voor een specialisme zoals glasbewassing over het hoofd wordt gezien, maakt dit de aanbesteding ongeloofwaardig.

Extreem laag eenheidstarief

Laat de oude manier van aanbesteden los. En kijk kritisch naar de wegingsfactor voor gunning van een aanbesteding. Deze is voor het – in omvang beperkte – onderdeel glasbewassing naar verhouding vaak erg hoog.

Voor een extreem lage prijs de glasbewassing aanbieden, verhoogt dan de kans op gunning van de totale aanbesteding.  De opdracht voor glasbewassing wordt vervolgens uitgezet bij specialistische bedrijven. Zij ‘mogen’ de glasbewassing doen voor een (extreem laag) eenheidstarief. Alsof glasbewassing in een algemene staffel te plaatsen valt… Hoezo is er een code?

Arboregels

Glasbewassing is een specialisme waarbij de bereikbaarheid van de ramen, de grootte van de ramen en de mate van vervuiling een belangrijke rol spelen. Voor de bereikbaarheid zijn in de branche arboregels opgesteld. Veilig werken op hoogte is van levensbelang.

Specialisten moeten daarom met risico-inventarisaties en -evaluaties werken. Dat zou herkenbaar moeten zijn in de prijsstelling. Conform arbocatalogus. De keuze van benodigde werkmethode verschilt per locatie en is vaak van invloed op de prijs.

Ladder en wassteel – ‘acceptabel mits’

Al te vaak worden werkmethoden toegepast die in de categorie ‘acceptabel, mits’ vallen. Denk hierbij aan de ladder en de wassteel. Ze mogen alleen ingezet worden op die ramen die niet op een andere manier te bereiken zijn. De arbeidshygiënische strategie moet hierbij gevolgd worden, zodat we ook over vijf of tien jaar nog vakbekwame specialisten hebben.

De specialisten zijn kostwinners. Het merendeel is opgeleid tot vakman. Met een werkzame beroepsbevolking die steeds ouder wordt, zal het een grote uitdaging zijn om de huidige generatie glazenwassers gezond te houden. Ze moeten gewoon kunnen doen wat er van hen verwacht wordt.

Werkdrukmetingen en het vragen van realistische prestaties zouden tot schokkende resultaten leiden. Het zou goed zijn voor de toekomstbestendigheid van het specialisme als er veel kritischer naar de haalbaarheid van prestaties wordt gekeken.

Professionaliteit voorop

Ook de mate waarin onderaannemers aan het werk worden gezet, vraagt om een kritische houding. In de praktijk blijkt er altijd wel een onderaannemer te vinden die het werk voor een te lage prijs doet. Als branche moeten we er met zijn allen voor waken dat we hier niet door de ondergrens zakken. Professionaliteit staat voorop.

In de particuliere markt wordt veel geld verdiend wat niet verantwoord wordt c.q. kan worden. Verpachting en verdeling van wijken behoren tot de tradities van de glazenwasser in de wijken.

Kritische blik op onderaanneming

Een kritische blik op onderaanneming, ofwel het zo veel mogelijk beperken van onderaanneming, voorkomt dat er partijen ingeschakeld worden die niet tot een zakelijke markt behoren. Oneerlijke concurrentie door zwartwerkers in de particuliere markt moet worden voorkomen.

Het zou veel beter zijn als het moreel appèl van de code ook over het specialisme glasbewassing heen wordt gelegd. Hoofdaannemers en onderaannemers die gezamenlijk werken aan realiseerbare contracten en duurzame verhoudingen. Hierbij hoort uiteraard ook het maken van goede afspraken en het nakomen van deze afspraken binnen alle wettelijke kaders, bijvoorbeeld over het door kunnen berekenen van prijsverhogingen.

Glazenwassers hebben hart voor hun vak

Het specialisme glasbewassing is een prachtig vak. Een vak omdat het merendeel van de zakelijke glazenwassers goed is opgeleid. Ze werken met hoogwaardige, dure arbeidsmiddelen die met regelmaat gekeurd moeten worden. Bij het specialisme hoort een uitstraling die past bij vakmanschap.

De glazenwassers hebben veel hart voor hun vak, zijn klantgericht en weten wat ze wel of niet kunnen doen op het gebied van arbeidsomstandigheden, veilig werken. Een goede glazenwasser is trots op zijn vak. Laten we dat vooral zo houden.

Dialoog op gang brengen

Bovenstaande kritische blik gebaseerd op ervaringen in de praktijk is zeker niet bedoeld om een schuldvraag te beantwoorden. Iedere betrokken partij kan hierin zijn eigen verantwoordelijkheid oppakken. De kritische blik beoogt een dialoog op gang te brengen binnen de doelstellingen van de code, namelijk het gezamenlijk werken aan een schone en gezonde branche.

www.osb.nl
www.codeverantwoordelijkmarktgedrag.nl

Uit: Professioneel Schoonmaken 3, 2012


AWOG ADVISEERT SVS OVER VEILIGER GEBRUIK PERMANENTE HANGLADDER

OSB

De technische commissie van het OSB-glazenwassersplatform Awog heeft zich eind maart, mede op verzoek van SVS, gebogen over de vraag op welke wijze het werken aan de permanente hangladder door glazenwassers op het opleidingscentrum van SVS in Arnhem veiliger kan worden uitgevoerd. Dit naar aanleiding van een fataal ongeval in november 2012.

Bron: OSB

Permanente hangladder

De permanente hangladder maakt sinds het ongeval op het SVS-opleidingscentrum in Arnhem geen onderdeel meer uit van de glazenwasseropleiding. Uit het rapport van Inspectie SZW blijkt dat SVS niets te verwijten valt. Omdat veiligheid tijdens de opleiding van het grootste belang is, heeft de technische commissie van Alles Weten Over Glazenwassen (Awog, platform van OSB) zich over dit rapport gebogen en een advies aan SVS uitgebracht.

Werken op hoogte één van de grootste risico’s voor glas- en gevelreinigers

Werken op hoogte vormt één van de grootste risico’s binnen de glazenwassers- en gevelbehandelaarsbranche. Het is daarom van het grootste belang dat dit op een veilige manier gebeurt. Tijdens de opleiding worden cursisten getraind om veilig te werken op hoogte.

Permanente hangladder ‘voorlopig niet gebruiken’

Awog adviseert SVS om de permanente hangladder voorlopig niet te gebruiken en tijdelijk uit de opleiding te schrappen. De technische commissie van het glazenwassersplatform gaat zich de komende tijd over de vraag buigen welke extra veiligheidsmaatregelen genomen moeten worden om de veiligheid van de gebruikers extra te garanderen. Hiertoe zal een stappenplan gemaakt worden met data en zullen de leden van de technische commissie onder andere in overleg gaan met diverse leveranciers.

Ook zullen zij het opleidingscentrum bezoeken om alle werkmethoden nog eens kritisch onder de loep te nemen. Daarnaast zal de TC zich ook gaan beraden op de werkmethoden in de praktijk en daarover een advies uitbrengen dat branchebreed kan worden toegepast.

Dubbel zekeren

De technische commissie is van mening dat tijdens de opstart van een opleiding door SVS extra veiligheidsmaatregelen getroffen moeten worden, maar dat later in de opleiding het veiligheidsniveau van de glazenwasser gelijk moet zijn aan de dagelijkse praktijk. Verder moet bij alle werkmethoden gedurende de hele opleiding voor een zogenaamde dubbele zekering gezorgd worden.

De komende periode zullen alle werkmethoden nagelopen worden op de mogelijkheid om de gebruiker dubbel te zekeren. Waar dat nu nog niet het geval is, zal gezocht worden naar een oplossing zodat dit kan worden aangepast.

SVS hecht veel waarde aan oordeel Awog

Het advies is inmiddels besproken met SVS. Awog vindt het prettig dat SVS veel waarde hecht aan haar oordeel. De technische-commissieleden vertegenwoordigen immers de werkgevers die hun medewerkers bij SVS als cursist opgeven.

Informatie: www.osb.nl/platforms/osb-segment-awog

BANEN-LOPEN LEVERT BIJ VLAKMOPPEN MINSTE FYSIEKE BELASTING

Dossier microvezel

Achtjesbeweging meest ongunstig

Sterke buiging van gewrichten of het uitoefenen van veel kracht worden beschouwd als schadelijke belasting van het lichaam. De combinatie van beide – uitoefening van veel kracht met gebogen gewrichten – wordt beschouwd als extra belastend. Met die informatie in het achterhoofd liet VSR onderzoek uitvoeren naar de minst belastende manier van vlakmoppen.

Vlakmoppen

In de dagelijkse schoonmaakpraktijk is vlakmoppen een veel toegepaste manier om vloeren te reinigen. Bij vlakmoppen wordt de vloer afgenomen met behulp van een uitgewrongen vlakmop, waardoor losliggend vuil en licht aangehechte verontreinigingen weggenomen worden. In de dagelijkse praktijk worden bij het moppen verschillende bewegingstechnieken toegepast.

In dit onderzoek is de fysieke belasting van vijf manieren van vlakmoppen met elkaar vergeleken. De onderzoeksvraag was: Welke van de manieren van vlakmoppen gaat uiteindelijk gepaard met de minste fysieke belasting?

De vijf manieren van vlakmoppen zijn:

  • banen-lopen; de achtjesbeweging;
  • een stofzuigbeweging waarbij de beweging wordt gemaakt door de armen (de normale praktijk);
  • een stofzuigbeweging waarbij de beweging wordt gemaakt door een wiegende beweging van het bovenlichaam en zijwaarts wordt gelopen,
  • en een stofzuigbeweging waarbij de beweging wordt gemaakt door een wiegende beweging van het bovenlichaam en achterwaarts wordt gelopen.

De mop en de vloer

Bij het onderzoek is een mophouder met een microvezelvlakmop (breedte 40 centimeter) gebruikt. De mophouder heeft een in lengte verstelbare steel met een ‘knop’. Voorafgaand aan het vlakmoppen is door de expertschoonmaker de lengte van de steel afgesteld. Hierbij diende de bovenkant van de steel uit te komen op een hoogte tussen de oksel en de bovenkant van de schouder.

Het reinigend oppervlak van de microvezelvlakmop heeft een ‘badstofstructuur’ en bestaat uit 50 procent microvezel en 50 procent polyamide. De microvezelvlakmop is, op basis van resultaten van eerder uitgevoerd VSR-onderzoek naar het optimale vochtgehalte van de mop, bij proeven bevochtigd met 160 procent water. De proeven zijn uitgevoerd in een bewegingsregistratiezaal.

Marmoleumvloer

In de zaal ligt een licht gebruikte en in goede staat verkerende industrieel marmoleumvloer. Voorafgaand aan de feitelijke proeven is de vloer twee maal opgewreven. Bij aanvang van elke proef was de vloer steeds vrij van stof en vuil.

Een expertschoonmaker heeft met elke manier van vlakmoppen een oppervlakte van 5 meter (breedte) bij 10 meter (lengte) gevlakmopt in een tempo zoals hij gewend is te doen. Tijdens het vlakmoppen wordt bij alle methoden de rechterhand beneden aan de steel van de vlakmophouder gehouden.

Werkhoudingen met videocamera geregistreerd

De belasting van het lichaam tijdens het werken met de vlakmopmethoden is onderzocht door een analyse van de werkhoudingen tijdens het moppen en door een beoordeling van de manieren van vlakmoppen met vijf experts op het vakgebied.

De precieze uitvoering van de verschillende manieren van vlakmoppen is vooraf vastgelegd. De werkhoudingen bij het vlakmoppen zijn met een videocamera geregistreerd en vervolgens geanalyseerd: Task Recording and Analysis by Computer (TRAC). De metingen zijn uitgevoerd tijdens tien minuten vlakmoppen.

Fysieke belasting

De beoordeling van het vlakmoppen door de experts is uitgevoerd aan de hand van de video-opnames en vragenlijsten. Bij de beoordeling zijn de fysieke belasting, de belasting door repeterende werkhoudingen, ongemakkelijke bewegingen en energetisch vermoeiende handelingen apart onderzocht.

Omdat de twee onderzoekmethoden zich niet op precies dezelfde parameters van het vlakmoppen richten, moeten de resultaten van de beide methoden in samenhang worden beschouwd en zijn ze tot op zekere hoogte complementair.

De resultaten

De achtjesbeweging scoort het meest ongunstig voor de ongemakkelijke werkhoudingen, de repeterende bewegingen, de energetische belasting en de totale fysieke belasting. Daarom mag worden gesteld dat de achtjesbeweging gepaard gaat met de hoogste fysieke belasting.

De verschillen in fysieke belasting bij de drie varianten van de stofzuigbeweging zijn relatief klein en niet eenduidig; de verschillen zijn blijkbaar niet zo groot dat ze met de toegepaste onderzoeksmethode eenduidig aangetoond (kunnen) worden.

Banen-lopen gaat gepaard met minder fysieke belasting door ongemakkelijke werkhoudingen en repeterende bewegingen en minder energetische belasting dan de andere vlakmopmethoden. Het totaaloordeel van de experts is dat de totale fysieke belasting van banen-lopen lager is dan bij de andere vlakmopmethoden.

Banen-lopen minste fysieke belasting

Omdat daarnaast de met TRAC gemeten werkhoudingen niet tot een zware fysieke belasting lijken te leiden en geen duidelijke verschillen tussen de methoden aantoont, mag worden gesteld dat banen-lopen gepaard gaat met de minste fysieke belasting.

VSR wil de resultaten van dit onderzoek de komende tijd verder onder de aandacht van de schoonmaakmarkt brengen. Daarnaast gaat het onderzoeksbureau in overleg met OSB en met de RAS. Mogelijk worden de eindtermen van het RAS-examen op dit onderdeel aangepast.

Samengesteld uit Ergonomie van vlakmoppen. Een onderzoek uitgevoerd in opdracht van VSR door Prof. Dr. P.M.J. Terpstra en Dr. M.J.M. Hoozemans.

Uit: Professioneels Schoonmaken 4, 2013

De expertschoonmaker

Specialisme: schoonmaak; SVS-docent en examinator, schoonmaakadviseur, Geslacht: manlijk Leeftijd: 61 jaar Lengte: 1,84 meter Lichaamsgewicht: 85 kg

De expertbeoordelaars

  • Expertbeoordelaar 1: specialisme: schouderbelasting, hoogleraar aan de VU; faculteit der bewegingswetenschappen en aan de Technische Universiteit Delft
  • Expertbeoordelaar 2: specialisme: biomechanica, hoogleraar aan de VU; faculteit der bewegingswetenschappen
  • Expertbeoordelaar 3: onderzoeker Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, AMC UvA en Arbouw
  • Expertbeoordelaar 4: register ergonoom, Arbo Unie Expertbeoordelaar 5: onderzoeker Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid, AMC UvA

Bron:

Ergonomie van vlakmoppen – Ergonomische vergelijking van vijf manieren van vlakmoppen Onderzoekers: Prof. Dr. P.M.J. Terpstra*, Dr. M.J.M. Hoozemans** Onderzoeksorganisaties: *Consumer Technology Research, Wageningen; ** Faculteit der Bewegingswetenschappen, VU Amsterdam

Voor het onderzoek gebruikte literatuur:

  • Duisterwinkel, A., Terpstra, P. M. J., et al. Basisprincipes vuilverwijdering en stofbestrijding. Tilburg: Samson. 1996. 156 p.
  • Hagner, I. M., Hagner, M. Evaluation of two floor-mopping work methods by measuring of load. Ergonomics, v.32, n.4, p.401-408. 1989.
  • Søgaard, K., Laursen, B., et al. Dynamic loads on the upper extremities during two different floor cleaning methods. Clinical biomechanics, v.16, n.2001, p.866-879. 2001.
  • Terpstra, M. J., Engelbertink, A. M. B. Microvezelvlakmoppen; Invloed van het vochtgehalte op de functionaliteit. Vereniging Schoonmaak Research. Wageningen: oktober 2009, p.53. 2009. (080901)
  • VSR. Lesmateriaal schoonmaakmethoden; Module 6 Vlakmoppen microvezel. Vereniging Schoonmaak Research 2011.

Bron: professioneelschoonmaken.nl

Laatste tweets
Onderwerpen
Meest recente artikel
Fotoalbum
Lijst met albums
Vloeren onderhoud

Diverse vloeren

Speciale projecten

Allerlei voorbeelden van leuke en speciale projecten

Kantoren schoonmaken

Projecten en werkzaamheden

Huis schoonmaken

Foto's van werkzaamheden tijdens de woning schoonmaak

Gevel reiniging

Het reinigen van gevels

Foto van de natuur.

Foto's van de natuur.