Schoonmaakbedrijf De Spons 06-51393704 info@de-spons.nl
Bel ons De Spons

Grindtegels schoonmaken.

      

Schoonmaakbedrijf De Spons : De grindtegel kun je het beste gewoon schoonmaken met algenverwijderaar of bleekmiddel. Je doet een flinke scheut in een emmer water, en gooit dit over de tegels. Je wacht een paar minuten en begint te schrobben met een bezem. Dit lijkt veel werk, maar eenmaal begonnen, gaat het vrij snel. Als je van te voren weet dat het een paar dagen droog blijft, kun je het ook laten opdrogen, en dan met een harde bezem de tegels grondig vegen. De aanslag is dan al grotendeels losgeraakt. Onze aanbeveling is om dit in gedeeltes te doen. Gewoon elke avond een uurtje. Dan is het resultaat mooier.

Makkelijker is natuurlijk met de hoge druk reiniger, maar nadeel is dat de vloer beschadigt. En door het opspattende water wordt de rest van je tuin een chaos. Ook krijg je strepen op je tegels, of je moet wel heel secuur te werk gaan. De strepen geven een kleurverschil. Om dit te voorkomen is haast een onmogelijk klusje, vooral als je een groot oppervlakte moet schoonmaken.

Bij droog weer boven de 15 graden Celsius is het makkelijker omdat het dan beter intrekt. Bij natte tegels mengt het schoonmaakmiddel zich meer. En bij droog weer, werkt het schoonmaakmiddel nog door. Mos en groene aanslag gaan dan grondig dood, omdat ze geen voeding meer krijgen.

Lees verder bij de kop: "Groene aanslag verwijderen".

Groene aanslag verwijderen.

Voor het verwijderen van groene aanslag, is het handig om te weten hoe het ontstaat. Algen groeien het beste op plekken, waar het lang nat en vochtig blijft. Vooral in de koude periodes. Tegels, schuttingen, beplatingen, balkons, buitenmuren, alles kan verkleuren. Algen gedijen dus het beste op allerlei oppervlakten in vochtige omgevingen. Het is niet schadelijk, alleen het verkleurt de oppervlakten en kan tegels erg glad maken.

Men wil dit graag verwijderen, omdat het er lelijk uitziet. Dit kan met een hoge drukreiniger. Maar wij willen dit toch afraden, omdat je het heel secuur moet doen, om geen kleur verschil te krijgen. Ook is het gevaarlijk op balkons, omdat het vocht onder het kozijnlood kan komen. Hierdoor is de mogelijkheid aanwezig, dat het langs het behang naar beneden loopt. Dit kan niet de bedoeling zijn.

Om dit te voorkomen is het beter de delen te besprenkelen,( gieter / spuit is makkelijk) met anti-algenmiddel. Het een dagje in laten trekken (bij droog weer), en daarna verder behandelen. Tegels evt. nabehandelen met bleekmiddel (uitkijken voor de kleren). Helaas moet er wel geboend en geschrobd worden! Maar de middelen helpen u daar wel bij.

Beplatingen kunt u het beste met een zachte bezem doen. Het water laten uitlekken en met een doekje afnemen. Kunststofkozijn kunt u ook extra beschermen met een soort waslaag, nadat het is schoongemaakt. In kunststof kan het "weer" gaan zitten. Net als in kleding. Alles bijelkaar is het verstandig in januari alvast het ergste voor te behandelen, om het in april af te maken. Anders kan het onbegonnen werk worden. En dan moet u zo'n duur schoonmaakbedrijf inhuren ...

Wespen
De in Nederland meest voorkomende in groepen levende wespen zijn de Duitse en de gewone wesp. Een goed ontwikkeld volk bestaat uit minstens 5000 wespen. In het voorjaar begint de bouw van het nest. Dit ballonvormige omhulsel wordt gemaakt van zacht hout en andere vezels. Hoe hoger de temperatuur, hoe actiever de wespen. Ze kunnen pijnlijke steken toebrengen die meestal ongevaarlijk zijn. Een steek direct in een adres is echter wel gevaarlijk en dit geldt ook voor mensen die allergisch zijn en gestoken worden in de nek of bij de mond. Dit kan opgezwollen slijmvliezen en zelfs ademhalingsproblemen veroorzaken. In geval van misselijkheid of duizeligheid na een steek: raadpleeg direct een arts.
In Nederland komen ruim 170 solitaire wespensoorten voor. De graafwesp is de meest voorkomende soort. Graafwespen bouwen nesten in de grond en holle ruimten, zijn solitair, maar nestelen wel vaak vlakbij elkaar. Voegwerk in oude gebouwen kan veel schade oplopen door gravende graafwespen. 
De hoornaar leeft in groepen en komt niet heel veel voor. Deze soort bouwt het nest bovengronds en is net zoals de andere soorten alleen in de zomer actief.

  Ratten
De meest voorkomende rattensoort in Nederland is de bruine rat. Hij komt voor in rioleringsstelsels, langs sloten bij akkers, maar ook op plaatsen waar bijvoorbeeld vissers aas achterlaten, op niet-bewaakte vuilstortplaatsen en op plaatsen waar vaak vogels gevoerd worden. De bruine rat voelt zich ook thuis in industriële objecten die in gebrekkige bouwtechnische staat verkeren en/of onhygiënisch zijn. Ratten kunnen ziekten overbrengen op mens en vee. Vooral in de winter zoekt dit dier beschutting in boerderij of bedrijf. Deze alleseter is vooral ’s nachts actief en heeft iedere dag water nodig. Andere rattensoorten zijn de zwarte rat, de muskusrat, de woelrat en de beverrat.
 Muizen
Muizenplagen in huizen en bedrijven worden meestal veroorzaakt door de huismuis. Vooral in het najaar zoekt dit beestje warmte en beschutting in overdekte ruimten. Ze bewegen zich snel voort en kruipen tegen muren op. Ze verschuilen zich onder het dak, in muren en gaten, onder vloeren en op zolders. Behalve rustverstorend, veroorzaken muizen knaagschade, kunnen ze ziektekiemen verspreiden en bevuilen ze voedselvoorraden met hun uitwerpselen en urine. Andere muizensoorten zijn de veldmuis en de spitsmuis. Muizen kunnen een aantal dagen zonder water.
 
  Kakkerlakken
De Duitse kakkerlak komt van al zijn soortgenoten het meest in Nederland voor, is lichtschuw en eet echt alles. De Duitse kakkerlak heeft dagelijks vocht nodig. De diertjes verschuilen zich in donkere, vochtige plaatsen zoals achter keukenkastjes. Grote groepen van deze kakkerlak kunnen stankoverlast veroorzaken. 
Hoewel de bruinbandkakkerlak uit het tropische Afrika komt, is hij ook al vaak in ons land aangetroffen. Het beestje overleeft goed in gebouwen die centraal verwarmd worden. Ze hebben een voorkeur voor zetmeelhoudend voedsel, maar leven ook op lijm en stijfsel in behang en boeken. Ze kunnen twee weken zonder water en voedsel. Ze bevuilen voedsel en kunnen onder andere de Salmonellabacterie en mijten overdragen. Andere soorten zijn de Oosterse en Surinaamse kakkerlak.
 Mieren
Van de 10 duizend mierensoorten komen er circa veertig in Nederland voor. De meeste soorten bouwen nesten bovengronds, enkele huizen in aardnesten onder de grond of onder stenen of in verborgen plaatsen in woningen. Nesten in woningen -bijvoorbeeld in spouwmuren- kunnen veel schade aanrichten. Maar veel mierensoorten zijn ook nuttig, omdat ze andere (schadelijke) insecten verdelgen. Een aantal soorten kan ziektekiemen overdragen en huidirritaties veroorzaken als ze mens en huisdier bijten.

 

  Vliegen 
Veel vliegensoorten zoeken jaarlijks hetzelfde gebouw op om te overwinteren. Ze hebben vooral een voorkeur voor hoge gebouwen. Grote groepen vliegen veroorzaken overlast. De kamervlieg leeft van allerlei, vooral zoet voedsel en uitwerpselen. Ze brengen bacteriën en andere schadelijke micro-organismen over van afval op voedsel en leveren zo gevaar op voor mens en dier.
 Vlooien
95% van de vlooien leeft op zoogdieren en 5% op vogels. Vooral in de zomermaanden kunnen ze in plagen voorkomen. Doordat ze bloed zuigen bij hun gastheer veroorzaken ze huidirritaties en/of jeuk. Sommige soorten kunnen ziekten overbrengen. Vlooien bij kippen kunnen een verminderde ei-productie veroorzaken. De kattenvlo komt ook voor op mensen. 
De mensenvlo is zeer zeldzaam, maar kan net zoals de honden- en kattenvlo tussengastheer zijn voor de lintworm.
 
 

Zilvervisjes
Het zilvervisje komt voor in allerlei soorten gebouwen. Hoewel het er onschuldig uitziet, is determinatie zeer gewenst. Ze zijn lichtschuw en vertonen zich dus niet bij daglicht. Hun voedsel bestaat uit koolhydraten, bepaalde lijmsoorten en vooral stijfsel waardoor schade ontstaat aan behang en boeken. Ze kunnen enkele maanden zonder voedsel.












 Vloeren schoonmaak


Het schoonmaken van vloeren is een vak apart. De materiaalsoort, gewenste uitstraling en het gebruik van de ruimte bepalen welke reinigingsmethode het meest geschikt is. Er is keus tussen natte en droge reinigingsmethodes. Reiniging van harde vloeren (zoals plavuizen, linoleum of parket) vraagt om een andere aanpak dan tapijtreiniging.

Harde vloeren: soorten vuil
Bij droge reiniging van harde vloeren kunt u denken aan vegen, stofwissen (eventueel met een microvezeldoekje) of stofzuigen. Dit is voldoende voor het verwijderen van stof en losliggend vuil. Als sprake is van hechtend vervuiling, kunt u gebruikmaken van natte methoden. Voor reiniging en onderhoud van harde vloeren zijn diverse producten ontwikkeld: 

- vloerreinigingsmiddelen
- verzegelingsmiddelen
- gecombineerde producten
- vloerstrippers


Harde vloeren: soorten materiaal
Als u niet weet van welk materiaal een vloer is gemaakt, kunt u geen goede keuze maken voor een schoonmaak- en onderhoudssysteem. Zo kunnen linoleumvloeren bijvoorbeeld beschadigd worden als ze gemopt worden met een alkalisch schoonmaakmiddel, en kan een marmeren vloer niet worden gereinigd met een zuur schoonmaakmiddel. 

Ook de keuze van de juiste machine(snelheid) bij het soort vloer is van belang. In het algemeen wordt een lagere machinesnelheid gebruikt voor natte taken (zoals een vloer strippen of schrobben), en voor het licht opwrijven van een vloer. Een hogere machinesnelheid is geschikt voor droog uitwrijven of sproeionderhoud. Voor advies over het juiste onderhoudsmiddel, machinesnelheid en soort pad kunt u contact opnemen met uw NVZ Nifim-leverancier.

Harde en elastische vloerbedekkingen zijn er in de volgende materiaalsoorten (waarbinnen weer veel variatie mogelijk is):

- stenen vloeren (harde en zachtere natuurstenen; kunststeen; keramische tegels)
- houten vloeren (harde en zachtere parketvloeren; vloeren van houtvezels; laminaat)
- linoleum en kurkhoudende bedekkingen (linoleum; kurklinoleum; kurkparket; kurktegels)
- laminaatvloeren
- kunststofvloeren (PVC; vinyl; polyurethaan; epoxyde; enzovoort)
- rubber vloeren

Vloerreinigingsmiddelen
Vloerreinigingsmiddelen worden gebruikt voor het dagelijks en periodiek verwijderen van vettige en olie-achtige verontreinigingen van allerlei soorten harde vloeren. Soms laten ze een beschermend laagje achter, waardoor vuil minder goed aan het oppervlak kan hechten.
U kunt ze als volgt gebruiken:

- handmatig moppen of dweilen
- handmatig of machinaal schrobben (schrob-/zuigmachine of éénschijfsmachine)

Het zijn vloeibare producten die over het algemeen op alle soorten vloeren kunnen worden gebruikt. Veel producten bevatten vetzure zeep. Door een harde vloer te dweilen met de zeepoplossing en niet na te spoelen, wordt een zeepfilm aangebracht op de vloer. Deze laag is echter niet slijtvast en moet regelmatig worden vernieuwd. 

Verzegelingsmiddelen
Met verzegelingsmiddelen wordt een beschermende, relatief slijtvaste laag van was en/of polymeer op de vloer aangebracht. Na het aanbrengen op de vloer ontstaat direct na opdrogen een glanzende film. 
Om de verzegelingslaag (was en/of polymeer) mooi te houden, wordt hij van tijd tot tijd opgewreven met een éénschijfsmachine (bijvoorbeeld een highspeed- of ultrahighspeed-machine). U kunt de producten met een wasverdeler, mop of vacht aanbrengen op de vloer. Het zijn vloeibare producten die bestaan uit was en/of polymeer in wisselende verhoudingen, afhankelijk van de gewenste eigenschappen.

Eigenschappen Was

Polymeer

Glans Mat  Zijdemat tot hoogglans
Sterkte Matig Hoog
Opwrijfbaarheid  Goed  Matig
Anti-slip  Matig Goed
Gevoeligheid voor strepen  Gevoelig Goed
Waterbestendigheid   Slecht   Goed
Verwijderbaarheid Goed  Moeilijk


Poriënvullers 
Poriënvullers behoren ook tot de verzegelingsmiddelen. Ze worden gebruikt om de poriën van poreuze vloeren zoals linoleum, te voorzien van een basislaag waardoor vuil, water of oliën minder makkelijk kunnen binnendringen. Op deze vloeren kan dan vervolgens met een onderhoudsmiddel een polymeer- of waslaag worden aangebracht. Verder worden ze gebruikt om natuur- en kunststenen vloeren, beton- en cementvloeren stofvrij te maken. U kunt ze onverdund gebruiken.

Gecombineerde producten
Gecombineerde vloerreinigings- en verzegelingsmiddelen zijn ontwikkeld met het oog op tijdwinst. Ze reinigen de vloer en brengen bovendien een beschermende laag aan. Ze worden vooral gebruikt om de aanwezige was-of polymeerlaag te reinigen van aangehecht vuil, deze laag tijdens het reinigen te herstellen of de levensduur van de was- of polymeerlaag te verlengen. U kunt ze als volgt gebruiken:

- verdund (0,5-2 %), moppen of dweilen
- eventueel laten inwerken en daarna de vloer schrobben

Door niet na te spoelen met schoon water blijft er een beschermende laag achter.

Vloerstrippers
Vloerstrippers verwijderen oude en versleten was-en polymeerlagen van de vloer. Soms worden ze aanbevolen als zeer krachtige reinigers. U kunt ze als volgt gebruiken:

- handmatig
- machinaal (schrob-/zuigmachine of één- of meerschijfsmachine)
- gelijkmatig aanbrengen op de vloer; na een korte inwerktijd de vloer schrobben en de oude beschermende laag verwijderen. Daarna een aantal keren grondig naspoelen met schoon water

 

Tapijtreiniging: soorten vuil 
Losliggend vuil kan worden verwijderd met een stofzuiger. Als sprake is van ingetrapt vuil, is shamponeren of sproei-extractiereiniging een goede oplossing (mits materiaalsoort en legwijze van het tapijt dit toestaat). Poederreiniging wordt toegepast als nat-reinigen van het tapijt niet mogelijk is. Voor het verwijderen van verkleuringen en vetvlekken (bijvoorbeeld olie of teer) kan lokaal een tapijtontvlekker worden gebruikt.

Voor de keuze van het juiste schoonmaakproces moet u weten van welk materiaal het tapijt is gemaakt. Daarnaast is van belang, hoe het tapijt is gelegd (bijvoorbeeld volledig verlijmd, dubbelzijdig plakband, los gelegd). De grootte van de ruimte, kwaliteit van de ondergrond en gebruiksintensiteit zijn ook belangrijke factoren.

Tapijtreiniging: soorten materiaal
Textiel vloerbedekkingen kunnen bestaan uit veel verschillende materialen. Tot textiel vloerbedekkingen rekenen we bijvoorbeeld tapijt, vloerkleden, oosterse tapijten, vilt, naaldvilt, en bepaalde textielstoffen. Het poolmateriaal van tapijt kan bestaan uit:

- plantaardige vezels (bijvoorbeeld katoen, jute, sisal, enzovoort)
- dierlijke vezels (wol; zijde; haar)
- synthetische vezels (bijvoorbeeld polyester of polyamide)
- gemengde vezels, cellulose of minerale vezels (bijvoorbeeld glasvezels)

De drager of het grondweefsel bestaat uit natuurlijke of synthetische vezeldoek. De rug is gemaakt van schuim, latex, kunststof of bitumen.

Tapijtreiniging: soorten producten
Voor het reinigen van tapijt en van meubelstoffen wordt gebruikgemaakt van:

- shampoos
- sproei-extractiereinigers
- reinigingspoeders
- tapijtontvlekkers

Shampoos
Shamponeren is het reinigen van tapijt met een shampoo. Shampoo is een middel voor het reinigen van tapijt en andere textiele oppervlakken, dat in schuimvorm wordt verwerkt. Tijdens droging kristalliseert het uit tot een droog poeder, waarin dan het vuil is ingekapseld, zodat het kan worden verwijderd. U kunt het als volgt gebruiken:

- handmatig of machinaal inwrijven met een borstel 
- tapijt laten drogen; daarna grondig stofzuigen

Het zijn vloeibare producten die in concentraties van 10-15 % op het tapijt worden aangebracht. 

Sproei-extractiereinigers
Bij de sproei-extractiemethode wordt met behulp van een sproei-/extractiemachine water in het tapijt gesproeid in combinatie met een reinigingsmiddel, vaak ondersteund door een roterende borstel. Aansluitend wordt het losgemaakte vuil opgezogen. U kunt een sproei-extractiereiniger machinaal aanbrengen (sproei-extractiemachine). Het zijn laagschuimende vloeibare producten die in een concentratie van 1-3 % worden gebruikt. 

Reinigingspoeders
Poederreiniging is droge tapijtreiniging met behulp van vuilabsorberend poeder. Deze methode wordt vooral toegepast als nat-reinigen niet mogelijk is. U kunt reinigingspoeders als volgt gebruiken:

- strooi het poeder op het tapijt en laat het een uur inwerken
- wrijf het poeder dan met een borstel(machine) in het tapijt
- tenslotte wordt het poeder samen met het losgemaakte vuil opgezogen
Het zijn poedervormige producten.

Tapijtontvlekkers
Tapijtontvlekkers worden lokaal op het tapijt toegepast om verkleuringen en vetvlekken zoals olie en teer te verwijderen. Lees voor gebruik de aanwijzingen van de fabrikant. Het zijn vaak middelen in een spuitbus.

































Bacteriële reinigers

Bacteriële reinigers zijn reinigingsmiddelen waarin bacteriën worden ingezet in plaats van, of in combinatie met, chemische stoffen. De Voedsel en Waren Autoriteit heeft onderzoek gedaan naar de samenstelling en eigenschappen van bacteriële reinigers. Dit onderzoek vormt de basis van onderstaande tekst. 

Met behulp van de onderstaande 19 veelgestelde vragen kunt u veilig een product met bacteriën gebruiken of samenstellen.

1. Wat is een bacteriële of microbiologische reiniger?
Een bacteriële of microbiologische reiniger is een reinigingsmiddel dat met behulp van bacteriën (al dan niet met daaraan toegevoegde enzumen en/of andere ingrediënten) reinigt, geuren verdrijft, en/of een gootsteen ontstopt.

2. Voor welke toepassingen kunnen deze reinigers worden gebruikt/zijn ze geschikt?
De tot dusver bekende toepassingen voor bacteriële reinigers zijn: 
gebruik voor stankpreventie, chemische toiletten, tapijtreiniging, urinoirs, vetputten, leidingen en pijpen, moeilijk reinigbare plekken (zoals naden, kieren, voegen), in septic tanks en als gootsteenontstopper.

3. Aan welke wettelijke eisen moet een bacteriële reiniger voldoen?
Alle reinigingsmiddelen moeten sowieso voldoen aan de Europese Richtlijn inzake algemene productveiligheid. Deze Richtlijn (in de Nederlandse wet opgenomen in de Warenwet) verplicht fabrikanten/leveranciers om producten te onderwerpen aan een veiligheidsbeoordeling, voordat zij op de markt gebracht worden. Bij deze beoordeling moeten alle relevante aspecten meegenomen worden. Daarnaast dient elk reinigingsmiddel te voldoen aan de Detergentenverordening. Wanneer aan een bacteriële reiniger één of meerdere (chemische) stoffen zijn toegevoegd, zoals b.v. een oppervlakteactieve stof en/of enzymen, is de Europese Preparatenrichtlijn van toepassing. In een dergelijk geval is de gevaarsetikettering geregeld en dient een productdossier aanwezig te zijn. Eventueel dient melding aan het NVIC te worden gedaan.

4. Welke productinformatie moet tenminste op de verpakking staan, of bij levering van een bacteriële reiniger aan de gebruiker verstrekt worden?
De gebruiker moet in elk geval kunnen beschikken over de informatie die minimaal vereist is om het product te herkennen en op veilige wijze te kunnen hanteren, waaronder de gebruiksaanwijzing. De productinformatie moet rekening houden met de Algemene Productveiligheidsrichtlijn en de Detergentenverordening. Hierbij wordt gedacht aan:
- Samenstelling (let op conserveringsmiddelen en parfums)
- Naam en vestigingsplaats handelsverantwoordelijke
- Batch-code
- Houdbaarheidsdatum, indien van toepassing
- Hoeveelheidsaanduiding
Wanneer aan een bacteriële reiniger één of meerdere (chemische) stoffen zijn toegevoegd, moet er bovendien rekening worden gehouden met de informatieverplichtingen op grond van de stoffen- en preparatenregelgeving.
Hoewel dit niet verplicht is, adviseert de NVZ om op het etiket van reinigingsmiddelen altijd de S-zin “Buiten bereik van kinderen bewaren” te vermelden.

5. Welke bacteriën kunnen voor reiniging worden ingezet?
De volgende bacteriën zijn geschikt voor reiniging:
- sporenvormend
- chemo hetrotroof
- aëroob of semi aëroob
In praktijk worden bepaalde typen van het geslacht Bacillus (organisch afval), Pseudomonas typen (koolwaterstoffen) en nitrificerende bacteriën ingezet in reinigers. De bacteriën kunnen worden ingezet indien bekend is dat ze onschadelijk zijn voor de volksgezondheid. Hierbij wordt door veel leveranciers gebruikt gemaakt van de lijst van de European Federation of Biotechnology (www.efbweb.org) en/of de GRAS-lijst  (Generaly Recognised As Safe) van de Amerikaanse Food and Drug Administration (www.fda.gov).

6. Kunnen bacteriële reinigers ziekteverwekkende bacteriën bevatten?
Het is mogelijk dat in bacteriële reinigers ziekteverwekkende bacteriën voorkomen. Er wordt echter voorafgaand aan de productie van bacteriële reinigers een risicoanalyse uitgevoerd. Hierbij let men vooral op 
- de biochemische en bacteriologische karakterisering van de toegepaste bacteriën, en 
- de kans op én de aard van eventuele onbedoelde en ongewenste effecten van de bacteriën. 
Pas als uit de risicoanalyse blijkt dat de veiligheid van de gebruiker niet in het geding is, worden de reinigers op de markt gebracht.

7. Zijn er gezondheidsgevaren verbonden aan het gebruik van bacteriële reinigers?
De risico’s verbonden aan het gebruik van een bacteriële reinigers zijn afhankelijk van:
- het toepassingsgebied
- de samenstelling van het product
- de informatie die wordt verstrekt bij het product (gebruiksaanwijzing en -waarschuwingen)
- de wijze van toepassing door de gebruiker.
De gebruikte bacteriën Bacillus (organisch afval) en Pseudomonas-typen (koolwaterstoffen) zijn in principe ongevaarlijk en komen ook overal voor. Zolang ze worden gebruikt voor de toepassingen die bij vraag 2 zijn genoemd, is er geen gezondheidsgevaar te verwachten. 
Voor andere toepassingsgebieden is het aan te bevelen om een nadere inventarisatie te maken van de mogelijke risico’s en hoe deze kunnen worden voorkomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor gebruik van bacteriële reinigers in de voedselketen (levensmiddelen) en bij mensen met een verminderde weerstand.

8.  Welke toepassingen dienen vermeden te worden?
Het is van te voren niet aan te geven of bepaalde toepassingen geheel uitgesloten moeten worden. Afhankelijk van het beoogde gebruiksdoel moeten meer of minder strenge eisen worden geformuleerd. Deze eisen kunnen bijvoorbeeld relatief mild zijn bij toepassingen buitenshuis. Indien het beoogde doel zou zijn de toepassing binnenshuis, bijvoorbeeld in ziekenhuizen, dan dienen bacteriële reinigers aan zeer strenge voorwaarden te voldoen. 
Vooralsnog wordt aanbevolen om bacteriën niet in te zetten in 
- reinigingsproducten voor steriele ruimtes
- producten die tezamen met directe voedselbereiding worden ingezet 
- producten voor openluchtbehandelingssystemen
- of voor langdurig gebruik op of in mensen.
Verder wordt afgeraden om bacteriële reinigers in sprayvorm te gebruiken: zie vraag 16.

9. Waarvoor dient de gebruiker bacteriële reinigers niet te gebruiken?
Een bacteriële reiniger moet alleen worden gebruikt voor de toepassing die is vermeld op het etiket, de gebruiksaanwijzing of (bij professioneel gebruik) in het Veiligheidsinformatieblad. De leverancier van het product heeft immers een risicoanalyse uitgevoerd en heeft daarbij deze toepassing meegenomen in het beoordelen van de veiligheid.

10. Kunnen bacteriële reinigers genetisch gemodificeerde bacteriën bevatten en dient dit dan op de verpakking te worden vermeld?
Op dit moment zijn dergelijke reinigers niet in Nederland op de markt. Gezien de huidige stand van de Europese regelgeving is het uit te sluiten dat op korte termijn genetisch gemodificeerde bacteriën worden ontwikkeld en ingezet voor reinigingsdoeleinden. Nieuwe organismen moeten worden aangemeld bij de overheid en ondergaan een veiligheidsbeoordeling. Na registratie en beoordeling is het aan de overheid om genetisch gemodificeerde bacteriën toe te laten.

11. Wat zijn de beperkingen van bacteriële reinigers?
Bacteriën kunnen alleen vuil aanpakken dat door enzymen kan worden afgebroken. Anorganische vervuiling kan door bacteriën niet worden verwijderd. Dit betekent dat urine goed kan worden afgebroken, maar bijvoorbeeld kalkresten niet.
De formulering van de reiniger met bacteriën moet zodanig zijn dat deze erin kunnen overleven. Daarnaast dienen de gebruiksomstandigheden zodanig te zijn de bacteriesporen zich kunnen vermenigvuldigen. Tijdens het vermenigvuldigen wordt het aanwezige organische vuil afgebroken (=’opgegeten’). Niet alleen de aanwezigheid van organisch vuil (=’eten’) maar ook water, de juiste pH, het goede temperatuurbereik en voldoende tijd om te groeien zijn belangrijk voor een effectieve reiniging.

12. Mag je bacteriële reinigers gebruikenin combinatie met andere reinigings- of desinfectiemiddelen?
Als een bacteriële reiniger in combinatie met een ander product wordt gebruikt, loopt men het risico dat de bacteriële reiniger inactief wordt of zijn stabiliteit verliest. Het combineren en/of gelijktijdig gebruik van verschillende reinigingsmiddelen wordt altijd afgeraden, tenzij de gebruiksaanwijzing concrete combinaties voorschrijft.

13. Kunnen bacteriële reinigers ook worden gebruikt voor desinfectie?
Onderzoek heeft aangetoond dat bacteriële reinigers niet kunnen worden gebruikt voor desinfectie. 
De algemene gang van zaken in Nederland is dat als een leverancier een (bacteriële) reiniger wil aanprijzen voor desinfectie, hij een toelating moet aanvragen voor het betreffende product. Deze aanvraag doet hij bij het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (Ctgb) te Wageningen (www.ctgb.nl). Het Ctgb toetst vervolgens het product op verschillende aspecten, o.a.:
-de effectiviteit van het product
- de veiligheid voor de productiemedewerker
- de veiligheid van de gebruiker van het product
- de volksgezondheid
- de milieubelasting van het product

14. Welke garanties kunnen worden gegeven  dat deze producten veilig gebruikt kunnen worden?
Het is een wettelijke eis dat een product veilig moet zijn. De Voedsel en Waren Autoriteit (voormalige Keuringsdienst van Waren) houdt hier toezicht op. 

15. Wat moet u doen als u een bacteriële reiniger aan uw handen of in uw ogen krijgt, of het product inslikt of inademt?
De veiligheidsbeoordeling die de fabrikant heeft uitgevoerd, leidt tot de vermelding van bepaalde instructies op het etiket of in het Veiligheidsinformatieblad. 
Algemeen kan worden aanbevolen om na gebruik van een bacteriële reiniger de handen goed te wassen. Indien het product is ingeademd of ingeslikt, is het raadzaam om bij klachten of twijfel een arts te raadplegen. Laat de arts altijd het etiket van het product zien.

16. Welke risico's zijn verbonden aan bacteriële reinigers in een spraymiddel?
Omdat de risico’s van dit bacteriële reinigers in sprayvorm niet helemaal bekend zijn, wordt het gebruik hiervan vooralsnog afgeraden.
Wanneer aan de reiniger enzymen zijn toegevoegd, is het bij een bacteriële sprayreiniger mogelijk dat deze enzymen worden ingeademd. Dit kan bij mensen die daarvoor gevoelig zijn een astmatische reactie veroorzaken. Daarom wordt het gebruik van deze spraymiddelen afgeraden.

17. Is een kinderveilige sluiting noodzakelijk?
Of een kinderveilige sluiting noodzakelijk is, volgt uit de veiligheidsbeoordeling die is uitgevoerd door de fabrikant. Bij de meeste producten zal dat niet het geval zijn.

18. Wat moet er worden opgenomen in het productdossier dat beschikbaar is voor de inspecties?
De zorgplicht schrijft voor dat u duidelijk in staat bent te vertellen aan de inspectiedienst wat voor soort organismen in uw producten verwerkt zijn. Als u zelf gaat formuleren, moet u er rekening mee houden dat u ongewild andere organismen in het product kunt introduceren.

19. Wat is de houdbaarheid van een bacteriële reiniger?
De werkzaamheid neemt af in de tijd, afhankelijk van tal van factoren. Vandaar dat de fabrikanten een ruime marge nemen. Over het algemeen geldt voor droge producten een houdbaarheid van twee jaar; voor vloeibare producten geldt een houdbaarheid van 18 maanden na productie.







































Microvezeldoekjes
Microvezeldoekjes kunnen zowel droog als vochtig worden gebruikt, om gladde oppervlakken te reinigen. Er bestaan ook dweilen van microvezel.

Hoe werkt het?
Microvezeldoekjes bestaan uit een weefsel van polyester en nylon. De vezels hebben een microscopisch kleine diameter (maximaal 0.012 mm). Een draad bestaat uit scherpe polyesterdeeltjes en kwastachtige nylondraden. Deze uiterst fijne draden vormen samen een zeer groot oppervlak, veel groter dan het oppervlak van een katoenen doek. Hoe groter het oppervlak, hoe meer vuil ermee geabsorbeerd kan worden. 

De kern van de microvezeldraden bestaat uit lipofiel nylon, dat vetten vasthoudt. Daaromheen zitten scherpe, raspende polyestervezels die juist eerder water vasthouden. De scherpe polyestervezels schrapen het vet los, dat daarna wordt gebonden door de nylonvezels. Het lijkt op een schuursponsje, maar dan op microniveau.

Praktische tips
Licht verontreinigde oppervlakken kunnen worden schoongemaakt met een droog microvezeldoekje. De doekjes mogen niet te nat worden gemaakt. Ze werken optimaal als ze ongeveer hun eigen gewicht aan vocht opnemen (“klamvochtig” reinigen). Na gebruik kunnen de doekjes niet met water worden uitgespoeld. Omdat het vet in het weefsel blijft zitten, moeten de doeken bij minimaal 60 ºC  in de wasmachine worden gewassen. 

Het gebruik van een wasverzachter is af te raden: dit vermindert de werking van de doeken, doordat de wasverzachter in het weefsel gaat zitten. Vermijd ook wasmiddel met de volgende bestanddelen: vetzure zeep, quads, wasverzachter, zeoliet, bleekmiddel. U kunt de materialen in een droger laten drogen, mits de temperatuur nooit hoger komt dan 90 °C. De leverancier kan u adviseren over het was-en (eventueel) droogproces.

Meer weten?
Kijk op de website van de Vereniging Schoonmaak Research voor hun publicatie (2006) Microvezel ABC- Antwoorden op Beweringen en Claims over microvezelsystemen.

 

Bron: NVZ.nl







Wassen op lage(re) temperaturen

Wassen: kies bewust!
Schone was vraagt om bewuste keuzes. Hoe schoon de was wordt is een samenspel van de techniek van uw wasmachine, de temperatuur waarmee u wast én het wasmiddel dat u gebruikt. Sta dus even stil bij de vraag wat u gaat wassen  en waarom, voordat u kiest voor een wasmiddel en een bepaald wasprogramma. 
Door bewust te kiezen voor lagere wastemperaturen en lagere doseringen in plaats van ‘alle wassen met hetzelfde wasprogramma’ spaart u uw portemonnee en het milieu.

De innovaties in wasmiddelen maken het mogelijk voor iedere was meer duurzame keuzes te maken met product, dosering en wastemperatuur zonder enig verlies van wasprestatie. Consumenten hebben vaak vaste gewoontes op het gebied van wassen, met vaste wasprogramma’s en productkeuzes. Ze zijn er zich niet van bewust dat deze keuzes duurzaamheidsaspecten betreffen. Een juiste dosering kan op jaarbasis tientallen euro’s besparen en de verlaging van de wastemperatuur van 40 naar 30 graden bespaart al 40% aan stroom.

Soorten wasmiddel
Wasmiddelen zijn verkrijgbaar in veel soorten en vormen: poeder, vloeibaar of tabletten.

Totaalwasmiddelen zijn er als poeder, tablet of vloeibaar wasmiddel. Poeder en tabletten bevatten een zuurstofbleekmiddel dat moeilijke vlekken kan wegbleken, en optische witmiddelen die het wit nog helderder maken. Vloeibare totaalwasmiddelen hebben geen zuurstofbleekmiddel maar wel optische witmiddelen. Enzymen zorgen bij alle vormen totaalwasmiddel voor vlekverwijdering.
- Gebruiken voor alledaagse vlekverwijdering: witte of kleurechte bonte was.
Niet gebruiken voor: 
o kleding in pastelkleuren (de optische witmiddelen kunnen hierin mogelijk vlekken veroorzaken); 
o niet-kleurechte bonte kleding (dan worden de kleuren aangetast);
o wol en zijde (enzymen tasten deze materialen aan).

Kleurwasmiddelen zijn er als waspoeder of vloeibaar wasmiddel. Speciale kleurbeschermers houden de kleuren van uw wasgoed langer mooi. Er zijn ook kleurwasmiddelen ontwikkeld voor het langer mooi houden van zwarte/donkere, of juist witte kleding.
- Gebruiken voor: gekleurde was. Ook te gebruiken voor witte was, als u liever geen wasmiddel met bleekmiddel of optische witmiddelen gebruikt.
Niet gebruiken voor:
o wol en zijde (enzymen tasten deze materialen aan).

Fijnwasmiddelen zijn verkrijgbaar als waspoeder en vloeibaar wasmiddel. Niet alleen de kleuren, maar ook het textiel worden door deze speciale wasmiddelen beschermd.
- Gebruiken voor: fijne was (onderhoudsetiket: streep of onderbroken streep onder de wastobbe)
Let op: niet alle fijnwasmiddelen zijn geschikt voor wol en zijde. Lees de gebruiksaanwijzing.

Wolwasmiddelen worden gemaakt zonder enzymen en met een neutrale pH.
- Gebruiken voor: wol, zijde, lingerie.

Dosering
Gebruik de doseertabel op het product. De dosering hangt o.a. af van de vuilgraad van het wasgoed (meer vuil = meer wasmiddel) en de waterhardheid in uw woonplaats. 
 ‘Opfris’ was; delicate was
Soms wast u vooral om kortgedragen kledingstukken op te frissen. Gebruik dan een lage dosering, en was bij 30 graden. 
Normale was
Al uw normale was, kinderkleding, spijkerbroeken, overhemden en dergelijke zonder veel zichtbare vlekken worden prima schoon als u het wast bij lagere temperatuur (30 of 40ºC) en met een normale dosering. 
Extra vuil wasgoed
Houd extra vuile kleding, tafellakens, beddengoed en dergelijke apart van licht of normaal bevuild wasgoed. Ook natte handdoeken of sokken kunt u beter niet in een wasmand stoppen, maar zo snel mogelijk wassen of eerst apart laten drogen. Afhankelijk van de kleur en het temperatuuradvies kiest u een wasmiddel en wasprogramma. Extra vuile was vraagt om de hoogste dosering die bij uw waterhardheid hoort, en een programma op 40 graden. Het kan nuttig zijn om vlekken voor het wassen te behandelen met een beetje (vloeibaar) wasmiddel, of speciaal vlekkenmiddel, of een voorwas te draaien.


Speciale situaties:
- Als iedere vorm van bacteriële verontreiniging vermeden moet worden, bijvoorbeeld als er iemand met een zwakke gezondheid in uw huis woont, is het beter om op 60 graden te wassen met een totaalwaspoeder (let op: kijk of het onderhoudsetiket dit toestaat!). Gebruik de maximale dosering voor uw waterhardheid. 
- Als iemand in huis last heeft van een schimmelinfectie, moet zijn was apart worden gewassen op 60 graden om kruisbesmetting te voorkomen.
- Allergisch voor huisstofmijt? Het Astmafonds adviseert om één keer per zes weken het beddengoed te wassen bij 60 graden om mijten te doden. De andere weken kunt u volstaan met wassen bij 40 graden om de allergenen (mijtenpoep) uit te spoelen.


Hoe kan ik een doseermiddel bestellen, zoals een doseerschepje, wasbol of wasnetje? 
Neem contact op met de klantenservice van uw wasmiddel, via de contactgegevens op de verpakking. Vaak kunt u schrijven naar een antwoordnummer, contact opnemen via internet of een (gratis) telefoonnummer bellen. U vindt deze gegevens meestal in de buurt van de streepjescode.

Hoe kom ik tot de juiste dosering? 

De juiste dosering hangt af van twee dingen: uw inschatting van de vuilgraad van uw wasgoed, en de waterhardheid bij u thuis. Vervolgens kunt u op de verpakking de juiste dosering aflezen in de doseertabel. Gebruik voor het doseren de doseerhulp die hoort bij het door u gebruikte wasmiddel.

Het inschatten van hoe vuil de was is, kunt u met uw ogen doen. De juiste waterhardheid is lastiger. 
In Nederland wordt de waterhardheid in drie gradaties ingedeeld. Hoe harder het water, hoe hoger de vereiste wasmiddeldosering.
De in Nederland gebruikelijke indeling van waterhardheden is:
  0° DH -  8,4° DH (zacht)
8,4° DH -  14° DH (gemiddeld)
14° DH en hoger   (hard)
Wat de waterhardheid in uw woonplaats is, kunt u opvragen bij uw waterleidingbedrijf.
Gebruik bij alle in Nederland voorkomende waterhardheden de aanbevolen dosering van het wasmiddel zoals die op de verpakking staat.

Waarom moet ik de dosering aanpassen bij een hogere waterhardheid? 
In leidingwater zitten zouten opgelost, bijvoorbeeld calciumzouten (‘kalk’). Het gehalte van calcium- en andere zouten bepaalt de hardheid van het water. De zouten die in het water zijn opgelost, kunnen met bepaalde stoffen een onoplosbare verbinding (\'kalkzeep\') vormen. De wasactieve stof zeep is één van de stoffen waarbij dit gebeurt. Indien een wasmiddel met de stof zeep deze onoplosbare zouten vormt, wordt een deel van het wasmiddel ‘verbruikt’ door de zouten uit het water. Hierdoor blijft er minder wasmiddel over voor de reinigende werking. De onoplosbare zouten zetten zich, als kalkzeep, voor een deel af op het wasgoed en de machine.
Moderne wasmiddelen zijn minder gevoelig voor hard water, maar ook hiervoor geldt dat een te hoog calciumgehalte de waswerking vermindert. Bij de huidige generatie  wasmiddelen is een groot deel van de wasactieve stof zeep vervangen door andere wasactieve stoffen – op de verpakking terug te vinden als niet-ionogene, anionogene of kationogene oppervlakteactieve stoffen. De tegenwoordig gebruikte combinaties van wasactieve stoffen zijn minder gevoelig voor de negatieve effecten van hoge waterhardheid.
Ook worden er aan waspoeders en textielwasmiddeltabletten zogeheten waterontharders toegevoegd die calcium- en andere waterhardheidszouten binden. In het verleden werd fosfaat gebruikt als waterontharder, maar tegenwoordig gebruikt men hiervoor alternatieve stoffen, zoals zeoliet. In Nederland zijn textielwasmiddelen allemaal fosfaatvrij. De zeolieten in waspoeders en tabletten bestaan uit hele kleine witte deeltjes die onder bepaalde ongunstige wasomstandigheden soms neer kunnen slaan en dan op de kleding een witte of lichtergekleurde vlek geven.

Hoe krijg ik de zweetgeur uit (synthetische) sportkleding? 

Het algemene advies dat ik bij navraag van enkele van onze leden kreeg, luidt als volgt.

LET OP: test altijd eerst op de binnenkant van het kledingstuk (bijvoorbeeld een naadje) of het kledingstuk kleurecht is voor de geadviseerde behandeling!

Om transpiratievlekken te verwijderen: dep de vlek met wat alcohol of azijn, uitspoelen en op de normale manier wassen. Bij hardnekkige vlekken geldt: laat azijn een paar uur intrekken op de vlek, dan spoelen en op de normale manier wassen.

Om transpiratiegeur te verwijderen: los 50 gram zout op in 1 liter handwarm water. Laat het kledingstuk enige tijd weken in deze oplossing; daarna op de normale manier wassen. OF:
Laat het kledingstuk 30 minuten weken in een oplossing van uw wasmiddel in de dosering voor handwas (gebruik een plastic emmer, en gebruik een witte handdoek om het kledingstuk onder te houden). Gooi de weekoplossing weg en was het kledingstuk op de normale manier.
Als dit niet helpt, raad ik u aan om contact op te nemen met de leverancier van uw wasmiddel. U vindt de contactgegevens op de verpakking (meestal in de buurt van de streepjescode). Of kijk bij de links/consumentenproducten op deze website.

Verder is het belangrijk om bij het strijken zweetplekken te vermijden, omdat dit de transpiratievlek (en geur) kan fixeren.

Om het ontstaan van transpiratiegeur in kleding te voorkómen, wordt aangeraden om een goede deodorant of antitranspirant te gebruiken. 

Hoe vaak wordt er in Nederland gemiddeld gewassen? 

Er worden 4000 wassen per minuut gedraaid, of 40 miljoen wassen per week. Dit komt neer op gemiddeld zes wassen per huishouden per week.

(bron: Financieel Dagblad, 5 februari 2007)

Waar kan ik stijfsel in poedervorm kopen? 

In supermarkten en drogisterijen wordt vrijwel uitsluitend nog een vloeibaar stijfselproduct verkocht. Sommige stomerijen verkopen nog wel stijfsel in poedervorm. U kunt op internet zoeken met de zoektermen "stijfsel stomerij" om een verkoopadres te vinden.

 

Bron: NVZ.nl (Ned.ver.zeepfabr.)

 


 
































Huishoudelijke schoonmaaktips:

 

  • Maak regelmatig schoon. 
  • Gebruik niet teveel zeep.
  • Ventileren in sanitaire ruimten, ter voorkoming van schimmel.
  • Gebruik een wisser na het douchen, om alles droog te maken.
  • Let erop of de stofzuiger het wel goed doet.
  • Stofzuig het bedmatras ook eens.
  • Haren uit de putjes halen en in de pedaalemmer gooien.
  • Gebruik chloor voor de aanslag in de wc.
  • Let vooral op de kitranden, deze altijd droog maken.
  • De schoprand onder het keukenblok ook schoonmaken, desnoods met mop.
  • Bij de deuren zitten de meeste spinnen.
  • Maak de lampen ook schoon, dit scheelt licht.
  • Een deur schoonmaken, kan ook wel eens alleen rond de deurgepen.
  • Denk er ook aan om te spinnen ragen, voor het stofzuigen..
  • Gebruik een plumeau (gebruiksgemak).
  • Gebruik niet te volle emmers (denk aan de rug).
  • Maak eerst goed droog (stofvrij) schoon, dit scheelt veel water.
  • Ruim eerst de troep op, en maak daarna pas schoon.
  • Elke dag een 20 minuten voor de extra schoonmaakwerkzaamheden, moet voldoende zijn.  
  • Dan doe je eenmaal per 14 dagen alles.
Kunststof kozijnen kunt u het beste schoonmaken met warm water waaraan u 40 dl schoonmaakazijn toevoegt per emmer water.
Als het kunststof is schoongemaakt - minimaal eenmaal per jaar voor bijv. kozijnen / buitenwerk - dan kunt u het in de was zetten. Doet u dit niet vrij regelmatig, dan kan het kunststof verweren. Het in de was zetten kan met een eenvoudige boenwas, autowas of speciale was voor kunststof kozijnen welke overal verkrijgbaar zijn. Dit verlengt de levensduur van uw kozijnen en het vuil laat zich voortaan makkelijker verwijderen. Echter, er zijn kunststofleveranciers die vermelden dat u hun producten juist niet in de was mag zetten. Informeer daarom bij de leverancier of probeer eerst een klein stukje.
Kunststof nooit schoonmaken met een reinigingsmiddel met een schurende werking noch met een schuurspons. Dit geeft krassen, en dipere sporen waarin het vuil makkelijker zich kan innestelen.

U houd uw laminaat prachtig mooi, wanneer je juist GEEN schoonmaakmiddelen gebruikt. Alle schoonmaakmiddelen bevat olie, wanneer dit opdroogt plakt het dus min of meer. Zodat de vloer sneller vuil opneemt. Gewoon stofzuigen en daarna, met een goed uitgewrongen mop, in een emmer lauw/warm water de laminaat afnemen.

U zou eens in de 2/3 maanden wel een klein scheutje HG laminaatglansreiniger aan het lauw/warme water toe kunnen voegen, maar het is echt niet nodig en bovendien nog erg duur ook en het doet uw laminaat geen goed. De krassen die u maakt zijn op deze manier ook weer veel sneller zichtbaar. Laminaatglansreiniger doet uw vloer voor even mooi glimmen, maar het effect is weer heel snel verdwenen. Wanneer u toch voor HG laminaatglansreiniger kiest, wat ik u niet aanraad, wrijf het laminaat, nadat het droog is op met een warme zachte doek, zodat het weer gaat glimmen, want de beschermlaag is verdwenen.

PARKETONDERHOUD

 

Dit dit voorjaar werden voor de tweede keer de Parket Vakdagen georganiseerd in de Evenementenhal in Gorinchem. Redacteur Piet Reyneveld maakte van de gelegenheid gebruik om met twee leveranciers in gesprek te gaan over parketonderhoud: Chris de Vries van Lecol in Waalwijk en Jeroen van Oversteeg van Overmat Industries in Waspik.

Wat is parket?

Onder parket worden verstaan alle traditioneel op een ondergrond gelegde houten vloeren in stroken of mozaïekverband. Een zelfdragende planken vloer valt hier dus niet onder.

Niet iedere houtsoort is direct geschikt om er een parket mee te maken; maar door ze thermisch te behandelen, zoals bij lariks – waarbij de celstructuur verandert – zijn ook zachtere houtsoorten bruikbaar als parket.

Het hout moet een lage werkingscoëfficiënt – de mate van krimpen en uitzetten van het hout als gevolg van vocht en droogte – hebben. Geschikte houtsoorten zijn: eiken – volgens De Vries nog altijd 70 procent van de parketmarkt, afzelia, beuken, teak, kambala, wengé en, de zeer harde houtsoort, jatoba.

Van de totale hoeveelheid parket die in Nederland wordt gelegd wordt 10 procent projectmatig toegepast en 90 procent in de particuliere markt.

Parketmogelijkheden

1. Het tapis- of bourgognesysteem. Op een vaste ondergrond worden eerst plankjes van spaanplaat of mozaïek verlijmd en daarop worden de houten stroken gelijmd en gespijkerd. Bij tapis zijn de parketplankjes 6 millimeter dik; bij bourgogne 9 millimeter. Ze worden daarna geschuurd en afgewerkt.

2. Massieve planken. Deze planken zijn 20 millimeter dik en voorzien van messing en groef. De planken kunnen fabrieksmatig zijn afgewerkt. Als ze niet verder in het werk worden behandeld is de kans op waterschade groter omdat vocht door de naden gemakkelijk in het hout kan trekken.

3. Samengestelde delen. Hierbij worden de parketstroken van 4 of 6 millimeter dik, al of niet in een motief gelijmd op berken multiplex, die in de fabriek nog behandeld kunnen worden met een beschermende lak of olie. Ook hier bestaat kans op het intrekken van vocht in de naden.

4. Daarnaast kent men nog industrievloeren in mozaïek, hoogkant en kopse blokken.
Laminaat is van kunststof en wordt niet gerekend tot parket.

Afwerken van parket

Het afwerken van parket is, naast het aanbrengen van een mooie slijtlaag, ook gericht op het afsluiten van de naden, zodat er geen vocht in het parket kan trekken. Door vocht kan schade ontstaan, het parket kan opzwellen en bollen. Ook zijn dan verkleuringen mogelijk.

Er zijn volgens De Vries en Van Oversteeg drie afwerkingsmogelijkheden voor parket:

  • Het lakken van parketvloeren. Hieronder verstaat men het aanbrengen van een kunststoflaag over het hout. Meestal 1- of 2-componentensystemen waarin polyurethanen (PU) en/of acrylaten zijn verwerkt. Het voordeel van deze afwerking is dat de naden in de vloer ook worden afgesloten, waardoor minder kans is op het indringen van vocht. Laksystemen zijn eenvoudig in onderhoud. Ze kunnen met een acrylaat of PU-polish worden beschermd. Nadeel is dat het plaatselijk bijwerken van beschadigingen in de afwerklaag meer arbeid vereist. Deze afwerking wordt ook veel gebruikt bij parket in projecten vanwege het gemak in onderhoud.
  • Het aanbrengen van een impregneerolie. Deze impregneerolie dringt ongeveer 2 millimeter in het hout en geeft een uitstekende bescherming. Vervolgens kan een laag boenwas aangebracht worden als beschermlaag. De afwerklaag kan onderhouden worden met een vloeibare was. Die moet zo dun mogelijk worden opgebracht. Het is ook mogelijk dit type impregneerolie te onderhouden met een onderhoudsolie of onderhoudszeep. Van Oversteeg: ‘Naderhand is het niet meer mogelijk op dit systeem een laklaag aan te brengen; door de vettige was onthecht de lak.’
  • Het aanbrengen van een hardwaxolie. Dit is een olie op basis van natuurlijke grondstoffen die aan de lucht oxideert en dan uithardt. De olie dringt circa 0,5 millimeter in het hout en is dus nog door schuren te verwijderen en daarna te lakken. Overmat voegt aan de hardwaxolie een bestanddeel kiezelzuur toe waardoor de vloer een hogere slijtvastheid krijgt en de olielaag goed waterafstotend maakt.

Op oudere parketvloeren is vaak natuurlijke boenwas aangebracht. Deze is niet meer of zeer moeilijk te verwijderen. Deze vloeren moet men dus blijven onderhouden met een natuurlijke
was.

Schoonmaakonderhoud

Het schoonmaakbedrijf of de huishoudelijke dienst dat het onderhouden van een parketvloer opgedragen krijgt, moet het onderhoudsprogramma afstemmen op de afwerking van het parket. De laatste jaren zijn parketvloeren in de particuliere markt met hardwaxolie, impregneerolie of lak afgewerkt en in de projectmarkt met een laksysteem.

Het periodiek onderhoud van een olie- of wasafwerking kan men uitvoeren met een standaard eenschijfsmachine. Parketvloeren die van een waslaag zijn voorzien kan men opwrijven met een zachte pad en een vloeibare was. Vloeren die voorzien zijn van een hardwaxolie worden opgeboend met een onderhoudsolie en gelakte vloeren worden beschermd met een acrylaat of PU-polish.

Regelmatig onderhoud

Het dagelijks of regelmatig onderhoud gebeurt door droog stof te wissen met lijmdoeken of droge microvezelmoppen, nadat men eventuele natte plekken heeft opgenomen. Daarna kan men het parket plaatselijk of geheel klamvochtig reinigen om het aangehechte vuil te verwijderen met een vlakmop met een oplossing van een paar druppels van een neutrale vloerreiniger in water.

De Vries als Van Oversteeg distribueert zijn producten via de traditionele parketdetaillisten, die weer beleverd worden door de parketgroothandels. Beiden hebben een technische dienst die verwerkers van hun producten voorlichten en begeleiden. Schoonmaakbedrijven die een parketvloer moeten gaan onderhouden kunnen hiervan gebruik maken en er hun voordeel mee doen.

www.lecol.nl
www.overmat.nl

Tekst: Piet Reyneveld, lid van de technische commissie bij VSR en gespecialiseerd in vloeronderhoud.

Uit: Professioneel Schoonmaken 7-8, 2011




Laatste tweets
Onderwerpen
Meest recente artikel
Fotoalbum
Lijst met albums
Vloeren onderhoud

Diverse vloeren

Speciale projecten

Allerlei voorbeelden van leuke en speciale projecten

Kantoren schoonmaken

Projecten en werkzaamheden

Huis schoonmaken

Foto's van werkzaamheden tijdens de woning schoonmaak

Gevel reiniging

Het reinigen van gevels

Foto van de natuur.

Foto's van de natuur.