Schoonmaakbedrijf De Spons 06-51393704 info@de-spons.nl
Bel ons De Spons

HELPT SCHOONMAAK TEGEN VERSREIDING RESITENTE BACTERIËN?

 

Klebsiella, EHEC, Q-koorts, steeds weer staan de kranten vol over nieuwe ziekten, in en buiten het ziekenhuis. Onvoldoende schoonmaak draagt mogelijk bij aan de verspreiding van sommige van deze nieuwe ziekten, maar het is heel lastig om dat hard te maken.

De Klebsiella-OXA 48 stam heeft flinke sporen nagelaten in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Drie doden uitsluitend door infecties met de bacterie, en nog eens tien slachtoffers waarbij die infectie mogelijk heeft bijgedragen aan het overlijden.

Een directeur, Paul Smits, die het pand schielijk heeft verlaten. Een kostenpost van 7 à 8 miljoen euro voor het ziekenhuis door de maatregelen om de golf aan besmettingen in bedwang te houden en doordat patiënten wegbleven. Gedwongen ontslagen worden inmiddels niet meer uitgesloten.

Gewone bacterie in mond en darmen

En dat door een heel gewone bacterie, die algemeen voorkomt in mond en darmen en op de huid van mensen. We hebben het over Klebsiella pneumoniae, die in uitzonderlijke situaties een ernstige longontsteking kan veroorzaken, compleet met hoge koorts, rillingen, griep, hoest en dik slijm.

Zo erg wordt het maar zelden, gezonde mensen hebben een gezonde weerstand tegen deze bacterie, maar in verzwakte patiënten en bij bijvoorbeeld diabetici, alcoholisten en mensen met een chronische longziekte heeft het immuunsysteem hulp nodig in de vorm van antibiotica.

Breekt alle gangbare antibiotica af

En daar zit nu net de kneep bij Klebsiella-OXA 48; die variant maakt een enzym aan, OXA 48, dat alle gangbare antibiotica afbreekt – en zich daar dus niet meer door laat afstoppen.

Zo kan de bacterie een toch al zieke patiënt nog veel zieker maken en in een enkel geval zelfs doden. Alleen een antibioticum met ernstige bijwerkingen en een nauwelijks actief nieuw middel hebben nog enig effect op de bacterie.

Daarmee is Klebsiella-OXA 48 een van de vele (super) resistente bacteriën, net als bijvoorbeeld de veel bekendere MRSA, en CDAD, die in 2005 in verschillende ziekenhuizen dodelijke diarree veroorzaakte.

Vrijwel alleen in ziekenhuizen

Typisch voor deze ziekenhuisbacteriën is dat ze vrijwel alleen in ziekenhuizen en zorginstellingen slachtoffers eisen onder mensen die toch al (ernstig) ziek waren. Andere multiresistente bacteriën, zoals multiresistente tbc, maken in de hele samenleving slachtoffers, vooral onder arme en zieke mensen.

Voorkomen van besmettingen

Als genezen niet meer mogelijk is, blijft alleen het voorkómen van besmettingen over. En in principe is dat niet moeilijk: het enige dat gedaan moet worden is het transport van de micro-organismen blokkeren. Zo breek je de ketting van besmetting.

Lastig is wel dat de verschillende organismen elk hun eigen weg kiezen van mens naar mens. Sommigen gaan alleen via druppels (zoals het griepvirus), andere kiezen ook kleinere deeltjes die veel langer in de lucht blijven zweven (tbc, mazelen).

Veel andere bacteriën en virussen drogen snel uit en overleven een tocht door de lucht niet, maar worden vooral door direct contact overgebracht. Ze gaan van hand tot hand, letterlijk, dus handhygiëne is daar belangrijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor Klebsiella.

Daarnaast zijn er bacteriën, zoals MRSA, die al deze routes kunnen nemen. Daarvoor is dus de volledige bescherming nodig.

Basis van bescherming is isolatie

De basis van die bescherming is isolatie, om te beginnen door besmette patiënten in afgezonderde ruimten te leggen en verder door kleding, ventilatie, soms ook mondmaskers en natuurlijk, door schoonmaak. De richtlijnen van de Werkgroep Infectie Preventie (WIP) gelden daarbij als regel in Nederlandse zorginstellingen.

Schoonmaken helpt

Dat schoonmaken helpt tegen het verspreiden van ziekten, is een verhaal zo oud als de Bijbel. Letterlijk, want de reinigingswetten uit dat boek zijn waarschijnlijk de reden dat de pest in de 14e eeuw onder Joden veel minder slachtoffers maakte dan onder de rest van de bevolking. Maar wetenschappelijk bewijs is er amper.

De Britse hygiëniste Stephanie Dancer liet enkele jaren geleden in een gedetailleerde analyse zien dat het zeer waarschijnlijk is dat MRSA ook wordt overgedragen via objecten die zijn aangeraakt door de patiënt of door personeel dat net de patiënt heeft behandeld.

Een zeer grondige schoonmaak kan de MRSA daar weghalen en voorkómen dat een volgende patiënt de bacterie weer oppikt, besmet raakt en mogelijk zelfs een infectie oploopt.

Schoonmaken op ‘beleving’ niet voldoende

Dan is het natuurlijk niet genoeg om ‘op beleving’ schoon te maken of alleen zichtbaar vuil te verwijderen. Alle objecten die de patiënt heeft aangeraakt moeten een beurt krijgen, van schoon naar (mogelijk) vuil.

En dat met schone materialen die daarna gewassen of weggegooid worden, anders zou het schoonmaakmiddel zelf de bacteriën nog een lift geven. Dan is het middel erger dan de kwaal.

Effect moeilijk aan te tonen

Overigens is dat misschien wel één van de redenen waardoor het zo moeilijk is om het positieve effect van schoonmaken aan te tonen. Want dat moet dan wel erg netjes worden uitgevoerd.

Toen twee verschillende ziekenhuizen last hadden van eenzelfde multiresistente bacterie op de operatiekamer lieten beide die ‘grondig’ desinfecteren. Daar waar de ziekenhuishygiëniste toezicht hield, verdween de bacterie. Het andere ziekenhuis, dat geen toezicht had gehouden, bleef last houden.

Maar ook deze anekdotes vormen geen hard bewijs, het zou immers toeval kunnen zijn. Net als ander onderzoek van Dancer, waar blijkt dat in Britse ziekenhuizen minder MRSA wordt gevonden op oppervlakken als er meer ‘handen aan het bed zijn’, en dat effect verdwijnt als die handen er niet meer zijn.

Nauwelijks meetbaar

Dat vertaalt zich in dat onderzoek nauwelijks meetbaar in aantallen infecties, al was het maar omdat er maar weinig besmettingen zijn. Fijn voor de patiënten, lastig voor de onderzoeker.

Hebben de bezuinigingen op de zorg, en dan specifiek op de schoonmaak, een invloed op het aantal besmettingen? Dat zou zomaar kunnen, maar hard bewijs ontbreekt. De schoonmaakbranche zou er goed aan doen zich hard te maken voor een onderzoek naar de relatie tussen schoonmaakkosten en uitbraken van ziekenhuisbacteriën. Gezien de kosten van uitbraken is dat voor meerdere partijen relevant.

Bacteriën blijken vindingrijk

Na het succes van vaccinaties en antibiotica werd lange tijd gedacht dat de micro-organismen die infectieziekten veroorzaken onder controle waren. Maar de bacteriën, virussen en schimmels blijken vindingrijk en hardnekkig. Ze vernieuwen zich en maken handig gebruik van de omstandigheden om zich te verspreiden.

Micro-organismen die de kans krijgen zichzelf te vermenigvuldigen, zullen daarbij steeds nieuwe varianten ontwikkelen. Terwijl vele miljoenen broertjes en zusjes sterven onder druk van de antibiotica, krijgt die nieuwe variant alle ruimte om uit te groeien.

Overmatig of slordig gebruik van antibiotica zorgt ervoor dat dit proces extra snel loopt. Slecht schoonmaken heeft daar overigens geen effect op.

Resistentie doorgeven

Virussen en bacteriën kunnen ook stukken genetische code uitwisselen en zo hun resistentie doorgeven. Virussen kunnen bovendien combineren. Als een virus dat griep veroorzaakt bij varkens zich verbindt aan een virus dat bij de mens overdraagbaar is, dan kan een nieuwe varkensgriep ontstaan. Zo is ook vogelgriep ontstaan.

Andere virussen en bacteriën lijken simpelweg over te stappen van dier naar mens, zoals de builenpest (van marmot via vlo en rat); de Q-koorts (vee, huisdieren en vogels), SARS (civetkat) en HIV (apen).

Verder verspreiden micro-organismen zich steeds sneller omdat wijzelf meer en sneller reizen. Bezuinigen, armoede en verminderde aandacht aan hygiëne, juist door het succes van antibiotica, dragen waarschijnlijk ook bij de effectievere verspreiding van micro-organismen, al is het niet eenvoudig om dat te bewijzen.

www.wip.nl 

Tekst: Anton Duisterwinkel, wetenschapsjournalist
Graphic: Els Engel

Uit: Professioneel Schoonmaken 10, 2011


SENSORKRAAN TEGEN UITBRAAK LEGIONELLA

 

Een sensorkraan, bijzonder geschikt voor sanitaire ruimten, die het gebruik van de kraan meet en water bespaart. Bovendien kan de kraan automatisch spoelen en is deze dus uitermate geschikt voor organisaties die zich in het bijzonder moeten weren tegen een uitbraak van de legionellabacterie. Legionella houdt namelijk van stilstaand water. Het Watercare-concept van div. schoonmaakbedrijven biedt diverse mogelijkheden van alleen besparen tot automatisch spoelen.

 

KPMG begeleidt mvo-strategie

Bolink: ‘We hebben KPMG Sustainability gevraagd om ons te begeleiden in de verdere ontwikkeling van onze strategie rondom mvo. Ze hebben ons geholpen een visie te ontwikkelen.

Vooronderzoeken gaven ons inzicht in wat andere brancheleiders doen op het gebied van mvo. Waar staan wij? Aan welke eisen willen we voldoen? Wat verwachten onze share- en stakeholders? Op dit moment zijn vertalen we dit naar aantoonbare doelstellingen.

Tien thema’s

Tien thema’s moeten houvast bieden in de verdere ontwikkeling van het mvo-beleid: energie, water, afval & recycling, betrokkenheid werknemers, gezondheid, hygiëne & veiligheid, duurzame innovaties en productkwaliteit.

Deze vormen de basis voor nog te ontwikkelen kpi’s. ‘Daarvoor doen we nu eerst een nulmeting. En we onderzoeken welke normen er zijn. Wat vinden wij en wat vinden onze klanten belangrijk en waar gaan we voor?

‘Er zijn twee stromingen; upstream: Hoe kunnen wij bijdragen aan het mvo-beleid van onze klanten, bijvoorbeeld door te faciliteren in het terugdringen van hun waterverbruik; en downstream: Hoe gaan we zelf minder water verbruiken?’

Water besparen en hygiëne verbeteren

Het Watercare-concept (WaterCare3) is een initiatief om water te besparen en de hygiëne en veiligheid van (sanitaire) ruimten te verbeteren. Bolink: ‘Om hygiëne in een sanitaire omgeving te verbeteren, is een goed handenwasprotocol erg belangrijk en moet je contactmomenten in een toiletruimte vermijden.

‘Hiervoor hebben we een non-touch handdoekautomaat, non-touch zeepdispenser en een sensorkraan in ons assortiment.’

De sensorkraan met waterbesparende functie is de basis van het concept Watercare. De kraan is samen met kranenleverancier Odevi en legionella-adviesbureau Acquatrust ontwikkeld.

Goedkope oplossing

Bolink: ‘De waterbesparende kraandop is een goedkope oplossing om water en kosten te besparen. De kraandop past op 95 procent van de kranen. Je kunt de kraan instellen op zeventig, tachtig of negentig procent besparing. Deze functie is vooral geschikt voor het wassen van de handen.

‘Voor keukens en pantry’s is de hoeveelheid water die uit de kraan komt niet voldoende om bijvoorbeeld fruit mee te wassen of een waterflesje te vullen.’

Een stap verder in het concept is het Ecoilet-systeem. Hiermee richt je de hele sanitaire ruimte in met duurzame sanitaire-hygiëneproducten; niet alleen de kraan maar ook opschuimend zeep waar je minder van nodig hebt, cradle-to-cradle-toiletpapier en geen papieren handdoeken maar handdoeken van katoen.

Data in de kraan

Behalve water besparen, voorkomt de kraan ook een legionella-uitbraak. Dit is belangrijk voor de semi-prioritaire groep bedrijven; afhankelijk van de gebouwfunctie geldt voor overheidsobjecten een zorgplicht, zoals bedrijven in de voedingsmiddelenindustrie of scholen.

Voor prioritaire locaties geldt een verplichting, voorbeelden hiervan zijn ziekenhuizen, zorginstellingen, verblijfsaccommodaties en zwembaden. Andere bedrijven voelen de morele verplichting om te voldoen aan de strengste legionellarichtlijnen.

Eén keer per week kraan laten lopen

Bolink: ‘Om legionella te voorkomen moet een kraan één keer per week lopen. Om daar zeker van te zijn, worden spoelrondes gelopen; iemand die voor de zekerheid alle kranen één keer in de week laat lopen om ontwikkeling van de legionellabacterie in stilstaand water in de kraan tegen te gaan.’

De kans bestaat dan dat kranen onnodig worden gespoeld, omdat ze mogelijk net zijn gebruikt.’

Spoelingen registreren

‘Software in de kraan zorgt ervoor dat het gebruik en de spoelingen worden geregistreerd. Deze data worden in de kraan opgeslagen. Met een speciale afstandbediening kun je de informatie ophalen en vervolgens aan je logboek koppelen op je pc.

‘Je moet daarvoor wel de ruimte betreden, om met de afstandbediening data uit de kraan te halen, maar het kost veel minder tijd dan alle kranen handmatig te moeten laten spoelen en er is geen oneigenlijk verbruik van water.’

Bolink vertelt dat dit legionellalogboek wettelijk is geoorloofd door het ministerie van Vrom, dat toezicht houdt op het bestrijden van legionella.

Rechtstreeks naar je laptop

Tot slot is er de mogelijkheid om de data op te halen zonder het gebruik van een afstandbediening en deze rechtstreeks naar je laptop te laten versturen. Volgens Bolink gaat de klant met dit systeem nooit meer betalen, maar wordt er uiteindelijk altijd bespaard.

Een schoonmaakbedrijf kan op het gebruik van Watercare inspelen. Dankzij de software is inzichtelijk welke kraan en welke toiletgroep intensief worden gebruikt, dat is relevante informatie voor schoonmaakmedewerkers.

Er is nog één uitdaging om een toiletbezoek zo te organiseren dat er voor de gebruiker geen contactmoment is met een onhygiënisch oppervlak: de deurklink. ‘Je kunt de ruimte nog hygiënisch maken, maar uiteindelijk moet je toch naar buiten en die deurklink aanraken. We zijn op dit moment bezig met een oplossing voor dit probleem.’

www.acquatrust.nl

Monitor schoonmaakbranche eerste kwartaal 2013

De schoonmaakbedrijven hebben in het eerste kwartaal van 2013 meer omzet behaald dan in dezelfde periode een jaar eerder. Bijna de helft van de ondernemers in de schoonmaakbranche ervaarde een verslechtering van het economisch klimaat in het eerste kwartaal van 2013. Voor het tweede kwartaal van 2013 zijn de verwachtingen van de ondernemers minder negatief. De ondernemers verwachten een toename van hun omzet.

Lichte omzetstijging

De omzet van de schoonmaakbedrijven nam in het eerste kwartaal toe met 1,8 procent ten opzichte van dezelfde periode een jaar eerder. Dit is het vierde kwartaal op rij dat de omzet van de schoonmaakbedrijven is toegenomen. De totale zakelijke dienstverlening laat een omzetdaling zien van 0,6 procent ten opzichte van een jaar eerder.

Omzetontwikkeling t.o.v. dezelfde periode het jaar ervoor

Omzetontwikkeling t.o.v. dezelfde periode het jaar ervoor

Prijzen gestegen

In het eerste kwartaal van 2013 lagen de prijzen van de schoonmaakbedrijven 2,6 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. De stijging is iets groter een kwartaal eerder.

Prijsontwikkeling schoonmaakbedrijven (SBI 812) t.o.v. dezelfde periode het jaar ervoor

Prijsontwikkeling schoonmaakbedrijven (SBI 812) t.o.v. dezelfde periode het jaar ervoor

Slechter economisch klimaat en krimp personeelssterkte

Uit de conjunctuurenquête Nederland blijkt dat het aantal ondernemers in de schoonmaakbranche dat vindt dat het economisch klimaat is verslechterd, verder is toegenomen. Per saldo ervaarde maar liefst 42 procent van de ondernemers een verslechtering van het economisch klimaat in het eerste kwartaal van 2013.

De personeelssterkte nam per saldo bij 30 procent van de bedrijven in de schoonmaakbranche af. Dit saldo is sterk toegenomen vergeleken met voorgaande kwartalen.

Over de orderpositie in het eerste kwartaal van 2013 waren de ondernemers ook veel negatiever. Per saldo beoordeelde 31 procent van de ondernemers deze als (te) klein.

Oordeel en ontwikkelingen schoonmaakbedrijven, hoveniers e.d. (SBI 81)

Oordeel en ontwikkelingen schoonmaakbedrijven, hoveniers e.d. (SBI 81)

Verwachtingen iets minder negatief

De verwachtingen van ondernemers in de schoonmaakbranche laten voor het tweede kwartaal van 2013 een gemengd beeld zien. Het aantal ondernemers dat per saldo een verslechtering van het economisch klimaat verwacht, is sterk afgenomen.  Over de werkgelegenheid zijn de ondernemers ook nog negatief gestemd. De personeelssterkte zal naar verwachting afnemen, maar de ondernemers zijn minder pessimistisch dan in de voorafgaande kwartalen.

De omzetverwachting voor het tweede kwartaal van 2013 is in de schoonmaakbranche na enkele kwartalen weer gematigd positief. Per saldo verwacht 7 procent van de ondernemers een toename van de omzet. Ook verwachten de ondernemers hun tarieven te verhogen in het tweede kwartaal.

Verwachtingen schoonmaakbedrijven, hoveniers e.d. (SBI 81)

Verwachtingen schoonmaakbedrijven, hoveniers e.d. (SBI 81)

Meer cijfers staan op de themapagina Financiële en zakelijke diensten.

VOORUITBLIK CAO 2014

Het lijkt als de dag van gisteren, het principe akkoord dat, na een langdurig proces, op 17 april 2012 werd bereikt en resulteerde in onze huidige CAO. Deze loopt echter eind 2013 op zijn einde. Dit betekent dat de onderhandelingen begin november weer van start gaan. Jan Kerstens is al jaren CAO-onderhandelaar namens OSB. Een vooruitblik op de structuur en het proces van de CAO 2014.

Structuur
‘Onze leden bieden ons informatie voor het bepalen van het arbeidsvoorwaardenbeleid,’ zegt Kerstens. Dat begint eigenlijk al in maart van het onderhandelingsjaar waar we in een bijeenkomst, traditioneel in Oisterwijk, een brede groep leden raadplegen over de ontwikkelingen in de markt en om ons heen om zodoende al enig richtingsgevoel te krijgen voor de inzet bij de komende CAO-onderhandelingen. Daarnaast worden de leden regelmatig geraadpleegd tijdens ledenvergaderingen en andere bijeenkomsten. Ook de cao-helpdesk (Hermien Dautzenberg en Alie Dijkstra) is voor ons een belangrijke bron voor input voor de komende CAO-onderhandelingen. Het geeft inzicht in waar de CAO in de praktijk tot problemen leidt’.

Er zijn een aantal verschillen in de samenstelling van de onderhandelingsdelegatie ten opzichte van de afgelopen jaren. OSB-voorzitter Hans Simons vervangt namelijk Anton Witte als eerste onderhandelaar. ‘Hiervoor is gekozen omdat we op zoek waren naar een sterke bestuurder met gevoel voor politieke verhoudingen,’ legt Kerstens uit. De inhoud wordt nadrukkelijker verdeeld onder de overige onderhandelaars. ‘Dat biedt ruimte aan de eerste onderhandelaar voor een gerichte procesbewaking en aansturing.’

Naast Simons als eerste onderhandelaar neemt Jelle Dokter voor het eerst plaats aan de onderhandelingstafel. Omdat er twee nieuwe eerste onderhandelaars (Jet Linssen volgt Mari Martens op bij FNV Bondgenoten) plaatsnemen kan het in de optiek van OSB zo zijn dat het voorzitterschap wordt afgewisseld per onderhandelingsronde. ‘Het is ook mogelijk dat er paritaire werkgroepen van specialisten worden samengesteld. Deze werken vooruitlopend of tijdens de onderhandelingen zaken uit. Het kan mogelijk de onderhandelingen soepeler en sneller laten verlopen,’ licht Kerstens toe.

Achterbangroep
De leden van de onderhandelingsdelegatie worden, zoals gewoonlijk, ondersteund door de achterbangroep. Kerstens: ‘Dit zal gebeuren op het gebied van specialistische advisering, zoals het ontwikkelen van voorstellen, doorrekening effecten en interne en externe communicatie en bewaking van strategie en inzet (denk aan het scherp houden van de onderhandelingsdelegatie).’ Praktisch gezien is het onnodig dat de achterbangroep altijd aanwezig is tijdens de onderhandelingen. Daarom wordt de CAO-groep opgesplitst in een groep specialisten en een klankbordgroep strategie. Kerstens: ‘De groep specialisten is aanwezig tijdens de onderhandelingen. De klankbordgroep strategie zal vooral voor en na de onderhandelingsdagen worden uitgenodigd voor overleg.’

 Om de rol en inbreng vanuit het bureau te versterken is ervoor gekozen om OSB-directeur Rob Bongenaar te belasten met het voorzitterschap van de achterbangroep. De informatie die de leden krijgen over de resultaten, worden door de achterbangroep voorbereid en vanuit OSB verspreid. ‘Leden krijgen alle informatie via OSB en niet-leden krijgen informatie van de RAS, iets later en minder compleet,’ zegt Kerstens. Het is mogelijk dat in de diverse OSB-commissies meegedacht en gewerkt wordt. Zo helpt iedereen mee om de onderhandelingen tot een principe akkoord te laten leiden. ‘We doen als OSB ons best voor een zo goed mogelijk resultaat voor al onze leden,’ besluit Kerstens.

CAO-onderhandelingsdelegatie

functie

profiel

rol

wie

voorzitter OSB

bestuurder

1e CAO-onderhandelaar

Hans Simons

bestuur OSB

vertegenwoordiging mkb

CAO-onderhandelaar

Erwin Wigbold

bestuur AWOG

vertegenwoordiging specialismen

CAO-onderhandelaar

Petra Boonstra

cie ARB/bestuur RAS

vertegenwoordiging groot bedrijf bedrijf/bedrijfsjuridisch/p&o

CAO-onderhandelaar

Norma van den Berg

bestuur OSB en RAS

vertegenwoordiging mkb

CAO-onderhandelaar

Jelle Dokter

hoofd afd Arbvw & SZ

bureau/cao-juridisch/overview

CAO-onderhandelaar

Jan Kerstens

 

Groep specialisten

deskundigheid/rol

link

wie

voorzitter

directeur bureau

Rob Bongenaar

deskundige arbeidsvw/opleiding/p&o

Cie ARB

Aura Groen

deskundige arbeidsvw/opleiding/p&o

Cie ARB

Marco Gramser

deskundige arbeidsvw/opleiding/p&o

Cie ARB

Sietske de Jong

deskundige financieel/link PWC rekenmodel

Cie SOR/bestuur BPF

Hans Koen

deskundige financieel

Cie SOR

Arjan van den Maagdenberg

PWC rekenmodel

PWC

Joost Bellemakers

deskundige communicatie

 

Arie de Zeeuw

deskundige communicatie

bureau

Melanie Klerx

juridisch deskundige (breed/CAO): teksten

bureau

Hermien Dautzenberg

overview/deskundige CAO: teksten

bureau

Evelyne Simons

 

Klankbordgroep strategie

generalist/markt

Lid AB

Gerrie Westenbrink

generalist/markt

 

Cor Janssen

generalist/markt

 

Gerard Veerman

generalist/markt

 

Erwin de Jong

generalist/markt

 

Jacco Vonhof

generalist/markt

Platform Hotel

Henk den Hollander

specialisme

AWOG

Peter Rietbroek

De onderhandelingsdata zijn:

- 8 november 2013
- 28 en 29 november 2013
- 10 en 11 december 2013

CAO Helpdesk
Heeft u vragen aan OSB over de CAO of wilt u input geven over de onderhandelingen? Neem dan contact op met de CAO-helpdesk. Ook voor vragen over arbeidsvoorwaarden, arbeidsconflicten, contractswisseling, algemene voorwaarden, etc. kunt u ons bellen of mailen. Iedere werkdag tussen 8.30 tot 17.00 uur (behalve tussen 12.30 en 13.00 uur) zijn wij telefonisch bereikbaar.

Telefoon CAO helpdesk 0800 – 22 65 456.
E-mail cao@osb.nl

 

Auteur Marga van Neerven

Coördinator PR & Communicatie Sinds 2010 werkzaam voor OSB in deze functie, met veel plezier. Ik vind het fijn, dat ik een goede bijdrage kan leveren aan de communicatiestrategie van OSB. Regelmatig spreek ik OSB-leden die een jubileum te vieren hebben, met een bijzonder schoonmaakproject bezig zijn of over een ander inhoudelijk onderwerp. Het valt me elke keer weer op, met hoeveel passie ondernemers, schoonmakers en glazenwassers over hun vak praten. Dat geeft me veel inspiratie om de ondernemer in het zonnetje te zetten met een mooi artikel. Daarnaast ontwerp ik samen met het reclamebureau uitnodigingen voor ledenbijeenkomsten en andere communicatiemiddelen om het de OSB-leden zo makkelijk mogelijk te maken en te informeren over waar we als OSB mee bezig zijn.






RON MEYER: LAKMOESPROEF: WIL DE ECHTE VAKMAN OPSTAAN?

Professioneel Schoonmaken 5, 2013

‘Waarom is dat werk uitbesteed, aan de schoonmaakbazen die de schoonmakers door de gangen jagen, voor lage lonen en onzeker werk? Waarom nemen we die mensen niet gewoon zelf in dienst?’, sprak PvdA-leider Diederik Samsom op 11 mei 2012 voor de camera van de Vakbond van Schoonmakers.

Samsom ging verder: ‘Het schoonmaakwerk moet toch gebeuren. Laat de Rijksoverheid nou eens een keer het goede voorbeeld geven. Niet al dat werk uitbesteden, aanbesteden, efficiency. Weg ermee! Nee, gewoon schoonmakers in dienst nemen, eerlijk betalen, zeker werk en respect geven.’

Inbesteding schoonmakers

En warempel, was de vakbeweging niet bepaald onverdeeld positief over de zware bezuinigingen en de aanslag op de verzorgingsstaat die mede door Samsom en zijn PvdA mogelijk werden gemaakt, die ene afspraak in het Regeerakkoord over inbesteding van schoonmakers was opvallend:

‘Door openstelling van de laagste loonschalen kunnen flexwerkers aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zoals schoonmakers en cateringmedewerkers, gewoon weer in dienst worden genomen. De rijksoverheid zal op dit punt het goede voorbeeld geven. Met de organisaties van werknemers bespreken wij het openstellen van de laagste ambtelijke functieschalen, zodat medewerkers in facilitaire functies eventueel in dienst kunnen worden genomen.’

‘Moeten we niet willen’

OSB schoot niet voor het eerst in een kramp. MOETEN WE NIET WILLEN MET Z’N ALLEN!, galmde het uit Den Bosch. Er zouden zelfs banen verloren gaan! Inderdaad, banen van managers die nu berekenen dat er wel wat minder schoonmakers nodig zijn om door de toiletruimtes, treinen, kantoren en ziekenhuizen te kunnen vliegen.

Volgens OSB én de intermediairs  ̶  vrienden voor het leven (!)  ̶  moeten we dat dus niet willen met z’n allen. Maar waarom eigenlijk niet? Is het onjuist dat de schoonmaakmarkt nog altijd onmogelijke afspraken produceert? En dat de Rijksoverheid haar eigen aanbestedingen niet echt op orde krijgt?

Zelfs Best-Practice-Award-winnaar Nedtrain moeite met realistische kwaliteitprijsverhoudingen

Is het niet waar dat zelfs Best-Practice-Award-winnaar Nedtrain de grootst mogelijke moeite heeft om gezonde, realistische en haalbare kwaliteitprijsverhoudingen af te spreken? Er is alle reden om eindelijk alle tussenlagen eens onder de loep te nemen. Er is alle reden om weer terug te gaan naar de kern: hoe worden kwaliteit en vakmanschap het best gewaarborgd? Door de rekenmodellen van intermediairs en spreadsheetmanagers of door het vakmanschap van de schoonmaker de ruimte te geven? Door een grotere afstand of door direct contact? Door onzichtbaar te zijn of door erbij te horen?

Vakmanschap

Stop met die zielige angstreflex. Stop met het moord-en-brand-geroep. Stop met die doorzichtige lobbycampagne met non-argumenten over banenverlies. Wie bang is voor inbesteding, bevestigt daarmee niet in staat te zijn op kwaliteit en vakmanschap; maar louter op prijs te kunnen concurreren.

Wil de échte vakman opstaan?

Ron Meyer
Vakbondsbestuurder bij FNV Bondgenoten

r.meyer@bg.fnv.nl


GEBOUWONDERHOUD: CONGRES GEEFT ANTWOORDEN

 

Op 15 en 16 mei jl. vond dit congres plaats, op initiatief van brancheorganisatie OSB en het Liftinstituut. De deelnemers hoorden hier waar ze op moeten letten als het om verantwoord gebouwonderhoud gaat. Een impressie.


Verschillende sprekers gingen, elk vanuit hun eigen invalshoek, op het thema in. Vóór de pauze lag het accent op efficiënt gebouwonderhoud, daarna op de aansprakelijkheids- en veiligheidsaspecten die bij gebouwonderhoud komen kijken.

Conditiemetingen

Imro Garcia en Joost Denneman, beiden werkzaam bij adviesbureau Eurlicon, benadrukten het belang van het uitvoeren van conditiemetingen aan een gebouw en aan de installaties die zich hierin bevinden.

Zij stellen voor dit te doen op basis van de norm NEN 2767. “Door gebruik te maken van deze norm bij het meten, krijg je niet alleen een objectief resultaat, maar kun je ook beter prioriteiten stellen bij het onderhoud dat je laat uitvoeren’’, zo stelden zij. “De levensduur is daarbij niet meer bepalend. Je vervangt dus pas als het écht noodzakelijk is.’’ In deze tijd van bezuinigingen een prettig geluid.

Bouwinvest

Eric-Jan Dekkers, senior technisch manager bij Bouwinvest, vertelde over de praktijkervaringen van dit bedrijf met conditiemetingen volgens de NEN 2767. De belangrijkste redenen om over te gaan tot deze metingen waren, aldus Dekkers, “vergelijkbaarheid en eenduidigheid en de mogelijkheid om objectief te plannen en effectief te onderhouden.’’

Inkoopproces

Over hoe je tot een verantwoorde leverancierskeuze komt bij gebouwonderhoud, informeerde Nico Koch, beleidsadviseur KAM en Economie bij OSB, de bezoekers.

Koch: “Wat er uit een inkoopproces komt, wordt bepaald door wat je erin stopt. Een goed begin is het halve werk. Definieer dus eerst goed wat je wilt en oriënteer je vervolgens op wat er ‘te koop’ is en welke bedrijven dit zouden kunnen leveren.

“Let er bij die bedrijven ook op dat ze betrouwbaar zijn, zich houden aan de wet- en regelgeving en voldoen aan kwaliteits- en vakbekwaamheidseisen. Zorg daarnaast voor voldoende draagvlak, door gebruikers en interne deskundigen te betrekken bij het inkoopproces. Vraag zo nodig meer offertes aan en let op meer zaken dan alleen de prijs.

Verantwoordelijkheid gebouweigenaren

De volgende spreker, advocaat Maurits Mazel van Boekel De Neree, ging in op de juridische aspecten van gebouwonderhoud. Niet alleen gaf hij aan wanneer de gebouweigenaar mogelijk aansprakelijk kan worden gesteld bij ongevallen tijdens onderhoud, maar ook in hoeverre dit geldt voor de werkgever van de onderhoudsmedewerker.

“Met name de werkgever heeft een zware zorgplicht”, gaf hij aan. Maar de zorgplicht gaat verder, aldus Mazel: “Volgens artikel 1a lid 2 van de Woningwet draagt een ieder die een bouwwerk bouwt, gebruikt of laat gebruiken of sloopt er zorg voor dat er als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen er geen gevaar voor de gezondheid ontstaat of voortduurt.“

Veilig werken

De laatste spreker, Koos van Lindenberg, woordvoerder van het Liftinstituut, ging in op het veilig werken aan, op, in en om gebouwen. Basisvoorwaarden daarbij zijn een veilige werkomgeving, veilige arbeidsmiddelen, goed opgeleide mensen, toezicht en het goed informeren van betrokkenen.

Ook noemde hij de grootste risico’s die zich voordoen. Vallen van hoogte staat daarbij bovenaan. “Bij werken op hoogte zie je vaak ‘schijnoplossingen’ om veilig werken te bevorderen. Het beste is echter om borstwering en hekwerken aan te brengen. Een alternatief is dakrandbeveiliging’’, zo stelde hij. Ook liet Van Lindenberg zien wat veilige werkmethodes zijn bij gevelonderhoud en wat niet.

Meer informatie? Wilt u meer informatie of wilt u de diverse presentaties van dit congres nalezen? Stuur dan een e-mail met uw gegevens naar info@liftinstituut.nl

Informatie: www.glazenwassersvakbeurs.nlwww.liftinstituut.nl


Laatste tweets
Onderwerpen
Meest recente artikel
Fotoalbum
Lijst met albums
Vloeren onderhoud

Diverse vloeren

Speciale projecten

Allerlei voorbeelden van leuke en speciale projecten

Kantoren schoonmaken

Projecten en werkzaamheden

Huis schoonmaken

Foto's van werkzaamheden tijdens de woning schoonmaak

Gevel reiniging

Het reinigen van gevels

Foto van de natuur.

Foto's van de natuur.